|
Archief 1
juli - 23 december 2010 |
|
|
|
23 december
2010 |
8e
jaargang – nummer 25 |
|
|
|
SCHANDE
De krant bericht dat een
zoon van rabbijn Evers de wijk neemt naar Israël: de
bedreiging wordt te groot. De kanker van het
antisemitisme groeit weer.Schandelijk en onvoorstelbaar.
Suggestie: als we nu eens als mannen allemaal, zodra we
de straat opgaan, een keppeltje opzetten. Gewoon uit
solidariteit.
OVER U, JODEN EN OVER DE
HOLOCAUST
Wie ouder wordt gaat zich
trager bewegen in een vlakker wordend landschap.
Op hoogten staan, neerzitten in dalen - het wordt
geleidelijk aan minder.
Een mens wordt stiller, peinst meer, kijkt meer achterom
en begint afscheid te nemen. Van wensen en idealen, die
niet meer verwerkelijkt zullen worden, van dingen die
minder nodig zijn of overbodig worden, van vrienden,
familieleden, van de meest naaste naasten en tenslotte
van zichzelf. Soms gebeurt dit met horten en stoten,
soms in een zekere vrede en rust.
Ik realiseer me ineens hoe wrang dit klinkt. Ik spreek
over mezelf in een periode waarin nog een betrekkelijke
rust is en vrede maar U hebt dat voorrecht in uw
levenstijd niet gekend.
Afscheid nemen van. Afrekenen met. Achter je laten. Je
niet meer laten kwellen en verontrusten door niet
vervulde wensen, door boze herinneringen, door
gebeurtenissen die je spijt en wroeging bezorgd hebben…
Daar moet het toch van komen. En dat mag toch ook.
Afscheid nemen en sterven is al moeilijk genoeg. Die weg
gaan, gebukt onder allerlei lasten, dat wordt toch wel
erg zwaar.
In deze brief wil ik afscheid nemen van U. Nee, toch
niet werkelijk van U. Begrijpt U me alstublieft goed. Ik
wil me ontdoen van die pijnlijke en bitterdroeve
gedachten aan wat U als de zes miljoen overkomen is. In
het volgende probeer ik duidelijk te maken waarom. Het
mag geen last meer zijn die tot het eind meegedragen
moet worden.
Wat Uzelf betreft: met de Psalmdichter die sprak over
Jeruzalem ben ik geneigd te zeggen: ,Indien ik u
vergete,…, zo vergete (mij) mijn rechterhand.'
Ik wil mezelf niet anders
voordoen dan ik ben. Bewogener, betrokkener,
mede-lijdender. Ook ik ben mezelf het meest na. Maar
gelooft U me alstublieft: het is geen pose die me
beweegt, geen willen etaleren van gevoelens en emoties.
Ik schrijf met een diep gevoel van meedogen en van
schaamte. Wat geeft me de vrijheid om mijn verdriet
naast dat van U te leggen? Alsof er ook maar iets is dat
vergelijking rechtvaardigt.
En dan nog dit: ik werp me niet op als woordvoerder van
velen. Maar ik ben ervan overtuigd dat talloos veel van
mijn generatie met dezelfde gevoelens leven..
Ik was bijna zes toen het
begon en bijna elf toen het eindigde. We waren bevrijd,
de demonen waren uitgedreven, we waren ontluisd van de
kwelgeesten. We konden beginnen aan de maaltijd van de
vrijheid ,te eten als een gul, goed brood.'
Het was te erg geweest. Nee, niet voor mij. Voor mij was
het te dragen geweest. Er waren dingen die je angst
aanjoegen: dat je huis trilde en schudde tijdens het
grote bombardement in je stad Rotterdam, dat het donker
werd op de middag, dat er rook was en stank. Dat de
vader van een vriendje doodgeschoten werd omdat hij tien
minuten na spertijd te laat was en dat zijn vrouw en
kinderen hem op een paar meter afstand op straat zagen
doodbloeden. Dat er mitrailleurs op alle hoeken van de
straat stonden toen ze ook op mijn vader joegen. Dat er
mensen in elkaar zakten voor je en achter je als je in
de rij stond bij de gaarkeuken. Dat was erg. Maar ik
leefde m' n jongensleventje, vermaakte met m' n
vriendjes in ,de puin' schold nsb-ers uit. Ik sloop
langs een Duitse kazerne met illegale blaadjes in m' n
binnenzak en dacht: ,Jullie moesten 's weten.' Ik woonde
teveel in m' n eigen wereldje om aan de grote wereld te
lijden. Angst… die was er wel maar wat was dat voor
angst in vergelijking met die van U.. Het was
hanteerbare angst. Ik had angst als we midden in de
nacht uit bed gehaald en geroepen werden en ons moesten
aankleden en klaarstaan om te vluchten. Maar van
vluchten is het gelukkig nooit gekomen en de angst en
schrik waren de volgende dag weer grotendeels verdwenen.
En wat ik ook wil zeggen is dit: angst hebben en
tegelijk een hand van je vader op je schouder voelen of
de stem horen van je moeder die geruststellende dingen
zegt, dat is getemperde angst. Er waren de goede dingen
van iedere dag, er was ook nog wat eten. Voor U was er
geen gerustellende hand, geen warme stem, geen eten,
geen veiligheid, geen rust, geen goede dingen.
Ik heb het goed doorstaan
en het leven ging verder. Toen kwamen er steeds meer
onthullingen uit eigen land en daarbuiten over die
vreselijke jaren, over oorlogshandelingen, veldslagen en
verwoestingen, over alle denkbare en niet denkbare
gruwelen op straten, gevangenissen, folterkamers en
kampen. Ik ging veel uit de weg en
liet maar weinig toe. Ik kende mezelf. Ik moest wel.
Maar
wat een zich ophopende woede en een ziek makend gevoel
van onmacht en verdriet en treurigheid veroorzaakte
waren toch de berichten, de verhalen, de boeken met
foto' s, de documenten, de tekeningen over de kampen die
je toch niet helemaal kon mijden. De werk en
-terreurkampen in ons eigen land, Vught, Amersfoort maar
veelmeer die van buiten.
Namen als van Auswitz, Mauthausen, Sobibor,
Sachsenhausen, Dachau, Neuengamme - Uw kampen. Namen die
steeds angst en huiver opriepen. Ik wilde als
overgevoelige puber het ergste en het vreselijkste
mijden en uit de weg gaan maar werd er toch soms naar
toe getrokken. Je keek steels in ,,De gele ster" ,
hoorde van Kogons boek over de concentratiekampen. Na
Pressers ,,De nacht der Girondijnen" liep je nog
lang met een weekmakend verdrietgevoel. Later zag ik
Bakels' boek ,,Nacht und Nebel" vluchtig in maar
,,Schindlers List" wilde ik tot geen enkele prijs
zien.
Toch werd het geheel van al die indrukken, het horen van
die in beeld gebrachte gruwelijke schreeuwen als een
klamme deken die je probeerde van je af te duwen.
Vergeefs.
Teveel beelden klonterden samen en drongen zich op. Soms
te verschrikkelijk om onder woorden te brengen, soms
bestonden er geen woorden voor. Er is geen taal voor wat
de meest verdorven, zieke en ontluisterde exemplaren van
de menselijke soort bedenken en uitvoeren. Er bestaan
geen mogelijkheden waarmee gekwelde, gepijnigde,
onschuldige mensen zich kunnen uiten.
En van kennis van die duivelse veelheid van perverse
daden en handelingen is verreweg het meeste me bespaard
gebleven.
Wat ik gedurende mijn
leven eindeloos veel in dromen gezien heb is de kluwen
mensen samengetrapt in bijvoorbeeld het Amsterdamse
Schouwburggebouw. Of in Loods 24 in Rotterdam. En ik
hoorde het droeve huilen van babies die weggesleurd
werden van de moeder en van wie de hoofdjes verpletterd
werden tegen de muren. En ik hoorde het vloeken en
tieren van de onmensen. Onder degenen die deze wandaden
pleegden zullen vaders geweest zijn… Wat een mens zo
angstig kan maken is de onzekerheid waartoe een andere
mens in staat is. De ene mens is de andere een wolf.
Maar waar moet je schuilen als de wolven je aanvallen en
je zelf geen wolf kan of wil zijn.
Wat ook onuitwisbaar is:
het beeld dat zich altijd weer opdringt zodra de woorden
Holocaust, Joden, Wereldoorlog II gehoord of gelezen
worden is het beeld van het jochie. Het staat verdwaasd
met de armen omhoog tussen cynische nazis alsof hij in
staat was ook maar iets uit te richten.
Op zijn jasje de Jodenster, die hem met velen van de zes
miljoen vogelvrij maakten, tot schietschijf, die hen
probeerde de identiteit te ontnemen. Niet het jongetje
wordt lachwekkend tentoongesteld. Nee, die soldaten
zetten zichzelf in hun beestachtige ontluistering te
kijk. Hoe hebben ze, vraag ik, hoe hebben ze ooit later
in hun leven nog een kind onder ogen durven komen?
En dan dat meisje, met
dat machteloze handje tussen de nog net openstaande deur
van de beestentrein… Ze is niet van de harde schijf
van je geheugen te wissen.
Wie ik altijd, altijd
terugzie is die oude Joodse man met zijn lange, grijze
baard. We waren op reis in Israël en wilden wel eens
gebruik maken van de trein. Ergens tussen Tel Aviv en
Natanya stapten we uit. Er was geen perron. Je stapte zo
op een kaal, grinderig stuk grond. Het was er stil en
desolaat en armoedig rond de spoorlijn. Er kroop iets
omhoog, iets bekends. Die grauwheid, die rails. De man,
hij leek wel een rabbijn, kwam op ons toe, hield zijn
hand op en vroeg geld.
Ik durfde niets te geven, uit schaamte. Geld geven aan
een eerbiedwaardig mens, waarschijnlijk een overlevende.
Alleen, het was wel zo dat híj mocht vragen. Híj mocht
alle jaren die hem nog restten vragen omdat iedereen,
die niet hoort bij de zes miljoen, in de schuld staat.
Bij hem, bij alle overlevenden.
Wat hij ,ondanks mijn weigering zei, schreef ik op in
een gedicht:
Met
een enkel woord als sleutel
opende hij de deur van een inferno.
Hij rilde, zag opnieuw vlammen
en zijn ogen vernauwden zich.
Bergen Belsen, zei hij,
meine ganze Familie ermördet, ich allein…,
solche kleine Kinder…
wees hij.
God, ik zeg
niets:
wee wie met zijn Maker twist.
Maar leg uw hand, leg alstublieft uw hand,
op hen die leefden en nog dagelijks sterven. |
De ontmoeting weer met
een oudere man. Hij leek uit leed te bestaan. Ik kan
niet vertellen wat er gebeurde maar er brak iets
in me. Een huilbui, zo heftig als ik nooit meegemaakt
had, maakte me voor een moment ziek en doodmoe.
Ik noemde hierboven
boeken, beelden, filmbeelden. En gedichten…. In
,Sobibor' van Maurits Mok is de werkelijkheid van de
shoah stem gegeven.
,Tussen
de aarde en de hemel staan
als oerdieren de ovens van de dood.
Zeshonderd mensen, uit het licht vandaan-
geranseld, houden het wanhopig rood
van hun gesperde mond naar het vergif,
dat als een
wolkbreuk door de ruimte stoot.
De honderden, met krampend middenrif,
draaien hun armen in de stiklucht rond
en gillen zich de aderen kapot.
Dan hangen zij, met nog gapende mond
gestorven om elkanders strot.' |
Ik ben vlak in de buurt
van Yad Vashem geweest. Ik heb het niet bezocht. Ik kon
niet over de drempel heen. Alleen die kinderschoentjes
en die namen…
En een levenlang was er
de gedachte aan de gelijktijdigheid. Ik kom langs een
gebouw en denk: dat was er toen ook, in de tijd van de
grote schande. Ik zie een oude boom en denk: die stond
er ook indrukwekkend te zijn, in de tijd van de massale
mensenvernietiging. Ik spreek mensen en denk: die
leefden toen ook, toen het gebeurde, in diezelfde tijd.
De tijd waarin gezinnen uiteengerukt en mensen ten dode
toe vernederd werden, toen geweerkolven op hen neer
kwamen, toen ze met zwepen bewerkt werden, mensen op wie
wrede medische experimenten werden uitgevoerd, mensen
die mishandeld, verkracht, verdronken werden. Ten dode
gekweld in de gruwelkamers van de SS..
Ik moet deze brief aan U
afsluiten. Ik heb een vermoeden wat U aangedaan is voor
U stierf.
Ter dood gebracht werd op een wijze die nooit in de
geschiedenis eerder plaatsvond. Zo ondenkbaar wreed en
sinister. Ik ben me bewust dat ik wel een vermoeden kan
hebben maar niet in het minst begrijp hoe groot en diep
Uw lijden geweest is.
Wij blijven toeschouwers, hoe oprecht onze deernis en
onze pijn ook mag zijn. Wij begrijpen het niet echt. Net
zomin als we enig inzicht hebben hoe zij moeten proberen
in leven te blijven die de shoah overleefd hebben. Met
hun bittere herinneringen, hun pijn, hun zich, ons
inziens, onterechte maar toch reële schuldig voelen:
,Waarom zij wel en ik niet?'
Ik heb geprobeerd te
zeggen wat ik wil met deze afscheidsbrief. Eindeloos
vaak ik berekend dat de gedemoraliseerde beulen en
sadisten niet meer in leven zijn. Dat kan ik toch
zeggen. Stel dat zij dertig, veertig waren toen zij hun
wandaden pleegden dan zijn ze nu, zestig jaar na dato,
negentig of honderd.
Het zullen er niet veel zijn. De daders zijn niet meer
in het land der levenden en zullen eens voor de
rechterstoel van God moeten verschijnen. Laten we er
niet meer van zeggen.
De beulen zijn weg. De onwetenden, de wetenden, de
toeschouwers, de tijdgenoten van hen die de hel op aarde
hebben leren kennen, zijn ook aan het uitsterven.
Zij mogen bevrijd worden van de treurigheid en van de
schaamte, die hun hele leven begeleidde.
Het mag een keer voorbij zijn. De herinneringen, de
pijn, de schaamte. De last ervan. Maar U vergeten zal
nooit mogen gebeuren. Nooit en zeker nu niet, nu er
weer, wolven rondsluipen en uitingen zichtbaar worden
van Jodenhaat.
Als U zegt: ,Gij hebt mijn omzwervingen geteld; leg mijn
tranen in uw fles; zijn zij niet in hun register?'(Psalm
56:9) vergeet Hij U niet en zullen wij het ook niet
doen.
|
|
|
|
|
|
reageren? naar
het gastenboek of per
email |
|
|
|
9 december
2010 |
8e
jaargang – nummer 24 |
|
|
|
ONAANGENAME HERINNERINGEN
AAN DE KINDERTIJD.
,,Een moeilijke jeugd is
een goudmijn voor een schrijver", zeggen sommige
wijsneuzen. Sorry, maar ik denk er anders over.
Een moeilijke jeugd kan benauwende problemen meebrengen
in je latere leven. Daar wil ik u graag iets over
vertellen. Niet prettig voor u, maar voor mij is dat
belangrijk voor de verwerking.
Om te beginnen: ik was misschien een jaar of vier toen
ik voor het eerst, wat aarzelend, een driewielertje
bereed. Geen eigendom, want voor dit soort
luxegoedereren hadden mijn ouders geen geld. Ik denk dat
ik hem even geleend had. Ik was nog maar net een meter
of vijftien van huis vandaan toen ik aangevallen werd
door een hond die mij venijnig in de zone tussen rug en
benen beet. Een paar dagen later waren de afdrukken van
de tanden nog zichtbaar.
Dit heeft een ingrijpend trauma veroorzaakt, dat duurt
tot de huidige dag. Nog maar net, vlak voor ik dit
stukje schreef, wandelde ik op straat toen een man met
een tenger hondje mij tegemoet kwam. Ik deed of ik
plotseling iets aan de overkant te zoeken had en stak,
veinzend fluitend, de straat over.
Iets anders. Het bedrijf
waar mijn vader werkte organiseerde altijd begin
december een Sinterklaasfeest, voor medewerkers en hun
kinderen. Je werd als kind dan naar voren geroepen om
een cadeautje van Sint in ontvangst te nemen. Het was
mijn beurt en mijn vader fluisterde mij in dat ik Sint
moest vragen hoe hij oordeelde over Franco. De
goedheiligman zei dat hij zo' n hekel aan genoemde
figuur had dat hij nooit meer iets in diens schoen deed
maar dat aan zijn schimmel overliet. De zaal lag dubbel.
Met een rood hoofd van schaamte zocht ik mijn plaats
weer op.
Wij woonden indertijd in
een volksbuurt in Rotterdam. Je zag gewone bewoners maar
ook allerlei gehandicapten. B.v. ,,Gekke Jopie",
die liep altijd hinkend met het ene been op de
trottoirband en het andere op de middenweg.
Je kon ook ,,Ave Maria" tegenkomen. Zij trok de
aandacht op een manier die ik niet hier kan vertellen.
(Ik dóe het niet, al dringt u nog zo aan). Ook
,,Dronken Flip" was heel markant. Hij bestond het
om tijdenlang op zijn hoofd (niet op zijn handen) te
staan. Dat kon hij alleen als hij erg dronken was.
Verder waren er stotteraars, mensen met een bochel, een
te kort of te lang been, doofstommen, enzovoort,
enzovoort. Ik had altijd diep mededogen.
Nu gebeurde het dat ik
een keer aangesproken werd door een jongen waar ook iets
mee was. Hij praatte bijna onverstaanbaar en vroeg mij
of ik wel eens een gespikkelde beer gezien had. Ik
begreep niet goed waar de vraag vandaan kwam, want over
honden en paarden kon je elk moment struikelen maar een
beer had ik nog nooit gesignaleerd. Laat staan een
gespikkelde. Wat erg leek me dat als je zo moeilijk kon
praten. Wat ontzettend zielig voor die jongen. Maar
onverhoeds spuugde hij een mondvol fijngekauwde peen (=
wortels) in mijn gezicht en zei goed verstaanbaar: ,,nou
heb je er een." Toen ik het spul uit mijn ogen
gewreven had zag ik alleen nog maar zijn rug.
Dit is dus een
bloemlezing van diep-insnijdende ervaringen. Nu de
ergste.
Eén die mij leerde van genade te leven. Ik liep op het
schoolplein per ongeluk tegen een meisje uit de klas op.
,,Kijk uit je stomme ogen", grauwde ze. Ik werd zo
razend dat ik er uit gooide: ,,faiten?". (Vechten,
van engels to fight) Ik voegde er gelijk aan toe: ,,Ach,
je bent me te vies om aan te raken." Dat was
onbillijk, want het was een keurig meisje. Bovendien ook
nog een jeugdige zuster uit de kerkelijke gemeente
waartoe ik hoorde. Ondanks de armoedige oorlogstijd had
zij de gestalte van een welgedaan persoon uit 2010. Ze
accepteerde mijn bejegening niet en vloog op me af. Ik
gaf gauw mijn jasje aan een vriendje om zo weinig
mogelijk belemmeringen bij het meppen en stompen te
hebben.
Maar voor het goed tot mij doordrong lag ik op straat.
Ze nam plaats op mijn buik, verdeelde mijn armen over
links en rechts en zette haar buitenmodel voeten er op.
,,Genade", grauwde zij. ,,Nooit", zei ik ferm
hoewel ik me al realiseerde dat dit een gelopen race
was. ,,Geen genade, hiero", en ze plaatste een
rechtse directe vol op mijn neus. Hier was echt niets
meer te winnen.,,Genade", steunde ik. ,,Wat je
gelijk hebt en denk erom: voortaan lief zijn voor
meissies." zei Truus. En gelijk was ze weg.
Ik kwam moeizaam overeind. De hele school had genóten.
,,Die verliest van een meíd", joelden ze. Het
duurde lang voor mijn reputatie uitgedeukt was.
VAN TAKKEBOS
een (nog een beetje)
actueel vers
|
De
Twaalf Artikelen
van het Algemeen Ongetwijfeld
Sint Nicolaas Geloof
Ik
geloof in Sinterklaas,
de bisschop van Myra.
En in zijn zwarte helper,
de enige echte Zwart Piet.
Die geboren is in donker
Afrika,
ontvoerd door de V.O.C.
Die geleden heeft in het
donkere scheepsruim.
Die doorgaat voor dom en
onnozel.
Die elk jaar wederom,
trouwe dienst verleent,
Zowel aan boord, als
op de daken,
aan de rechterhand des Sints.
Die volgend jaar, weer zal
komen,
om te verrassen, klein en
groot.
Ik geloof in de
Sinterklaasgeest.
Ik geloof in commercie,
verenigd om geld te maken,
En het geven van waardeloze
geschenken.
De mogelijkheid van ruilen,
En de welstand van banken.

|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
reageren? naar
het gastenboek of per
email |
|
|
|
25 november
2010 |
8e
jaargang – nummer 23 |
|
|
|
HARTVERWARMEND
in de krant te lezen dat
Andries Knevel een ,,enorme gedrevenheid heeft om het
evangelie van Jezus Christus te verspreiden."
Om na te volgen. Want moeten we niet zeggen dat ,,het
heil dat de aarde in ' t rond verheugt" ons, die
dicht bij het vuur zitten, vaak veel te weinig verwarmt.
,,De rechtvaardige kent tijd en wijze", denken we
en we wachten op een volgende gelegenheid. Maar er staat
ook dat we moeten aandringen of het al of niet gelegen
komt.
Ik ben altijd weer diep geraakt door
de woorden van Paulus ..,,ik heb een grote smart en een
voortdurend hartzeer" (Rom.9:2). (,,...ik ben
diepbedroefd en wordt voortdurend door verdriet
gekweld" NBV). Laten wij ook een intense pijn en
verdriet hebben en het voelen in ons hart als we al die
schapen zonder Herder om ons heen zien. Laten we ze
opmerken en hen wijzen op Christus, onze hoop, en voor
hen bidden. Dag in, dag uit.
,,HOOR, ZE ZINGT
WEER"
De ouderen weten het wel:
m.n. in de vijftiger jaren van de vorige eeuw werd veel
verzwegen. Leed en pijn dat geleden was en werd - vaak
werd het weggestopt.
Mensen met gruwelijke kampervaringen vertelden weinig of
niets. Anderen haalden wel van alles op b.v.uit de
oorlogstijd maar de ergste dingen hielden ze voor zich.
Dat geldt ook diep ingrijpende dingen zoals het
verliezen van een man, een vrouw, een kind.
Jaren geleden hadden mijn vrouw en ik op een groepsreis
een vreemde ervaring. Na een paar dagen kwamen er
vanzelf wat persoonlijke dingen naar boven. Een mevrouw
vertelde dat ze een kind verloren had en dat er in het
gezin en daarbuiten nooit openlijk over getreurd en
gesproken werd. En vreemd, toen kwamen er meer verhalen.
Zoveel mensen vertelden over het overlijden van een
kind, dat bijna nooit meer werd genoemd, dat, zo leek
het wel, er ook nooit was geweest. Er kwamen tranen.
Waar anderen bij waren,
late tranen, en niemand schaamde zich er voor.
Er werd in die tijd veel verzwegen, dus. Ook omdat het
een nuchtere, vrij harde tijd was. Er moest gewerkt
worden, opgebouwd. ,,Kom op, aan het werk, niet
zeuren."
In Rotterdam kon je overhemden met opgerolde mouwen
kopen.
Dat, geen ruchtbaarheid geven over een verlies, brengt
me op een oom en tante van mij.
Een zoon van hen vertelde op een familiereünie dat in
hun gezin ook een kind overleden was. Daar wist ik niets
van, hoewel we toen dicht bij elkaar woonden en elkaar
veel bezochten. Er was natuurlijk diep getreurd maar dat
kwam niet naar buiten.
Die tante was lange tijd erg terneergeslagen en treurig.
Ze was altijd wel opgewekt geweest en ze zong graag,
tijdens het stoffen en de afwas en zo.
Maar toen ze zo rouwde zong ze niet meer. Het lachen en
zingen was haar vergaan.
Maar ineens kon ze het leven zeker weer een beetje aan.
En ze zong. Ze was boven aan het werk en ze zong. Mijn
oom hoorde het, hij luisterde onder aan de trap en
haalde er ook de kinderen bij: ,,Hoor ' es, jongens, ze
zingt weer, ze zingt weer."
Prachtig, hé.
Ik maak even een grote
sprong. Naar het laatste bijbelboek: Openbaring.
De ,,ik" ziet eindeloos veel mensen, gekleed in het
wit. ,,Wie zijn dat en waar komen ze vandaan?', vraagt
een oudste. En dan geeft die oudste zelf het antwoord:
,,Die zijn uit de grote verschrikking gekomen."
Ach, wat hebben die mensen geleden. Er zijn kinderen
bij, veel kinderen, die mishandeld zijn en uitgebuit,
ach, die arme kinderen. Er is een grote menigte bij uit
Noord-Korea. Ze zijn vernederd en gemarteld. Ze mochten
niet eens hun ogen oplslaan. En nu zien zij vrijmoedig
alle kanten uit. Er zijn slachtoffers, veel
slachtoffers, van oorlogen en rampen. Er zijn talloos
veel vluchtelingen bij. Ze zijn erbij, maar alle, alle
doorstane ellende is voorgoed voorbij.
Ze zijn uit de grote verschrikking gekomen. Hun
ellende was onbeschrijfelijk. Maar nu zijn ze vrij voor
eeuwig. Ze beginnen voor God te juichen en te zingen. En
God zegt: ,,Hoor ze zingen." Misschien was er ooit
een goede tijd dat ze konden zingen, maar het zingen was
in hun verdere leven vergaan. En nu: het lijden is
voorbij en God gaat bij ieder van hen langs en veegt de
resten van tranen uit hun ogen. En Hij geniet
onuitsprekelijk, want eindelijk mogen zijn kinderen echt
leven en zingen en jubelen.
EEN AANWINST
Christipedia is een
bijbelgetrouwe internet-encylopedie (in wording) voor
christenen, met nadruk op onderwerpen die voor hen
interessant
zijn.
Vrijwilligers kunnen
een artikel toevoegen of vullen een bestaand artikel
aan, plaatsen een afbeelding, verwijzen naar een
filmpje, verbeteren de tekst enzovoort.
Grondslag: de bijbel als het onfeilbare Woord van God.
Ga kijken!!! www.christipedia.nl
|
|
|
|
|
|
reageren? naar
het gastenboek of per
email |
|
|
|
11 november
2010 |
8e
jaargang – nummer 22 |
|
|
|
,,ALS JE VANDAAG ZIJN STEM
HOORT"
Dit
is de titel van een boekje met een aantal ontmoetingen
die journaliste Briar Whitehead had met luisteraars van
Trans World Radio. Verhalen uit iedere levensfeer: een
miljonair, een Hindu, een ongehuwde moeder, een
wetenschapper, mensen die te lijden hebben van hun
zenuwen, van wroeging, haat, kleptomanie, bijgeloof, een
stukgelopen huwelijk, drugsverslaving en wat niet al.
Ze vertelden allemaal hetzelfde: dat ze God concreet
ervaren hadden door een stem uit de radio. Voor iedereen
betekende het een radicale levensverandering.
Wie dit boekje leest
wordt duidelijk wat een geweldig zegenrijk werk TWR in
de wereld doet. God doet nog dagelijks wonderen.
Een
Roma-luisteraar: ,Ik had me nooit kunnen indenken dat de
radio onze taal zou spreken. Aan het eind van het
programma heb ik samen met de presentator gebeden. Na
die tijd voelde ik me vredig en heb ik mijn kinderen
niet meer slecht behandeld. Ik wil meer weten van de
Heer."
Ik had het voorrecht een
,,open dag" van TWR te kunnen bezoeken. Ik was zeer
onder de indruk.
www.transworldradio.nl
- advies: bezoek die site eens!
ALLERZIELEN; LICHT OP
HERINNERING
begraafplaats
soerenseweg, 3 november 2010
19.30 uur
het regent zachtjes, de
hele dag is het droog geweest....
het lijken tranen die in het donker druppelen
de ingang met de mooie oude trapgevels is verlicht
bij binnenkomst staan er honderden lichtjes langs het
pad
het is spannend en sprookjesachtig
we worden welkom geheten en krijgen een lichtje mee
de paden zijn af en toe met fakkels verlicht
die geven de route aan die we moeten volgen
dat is ook wel nodig, want waar loop ik eigenlijk??
dit is toch een dodenakker??
overal hoor ik zachte stemmen en soms zelfs een lach
het is toch een beetje eng, een beetje luguber??
het heeft iets oneindigs, oneigenlijks en onherkenbaars
op de weg ben ik de weg steeds even kwijt...
de eerste stop is een tent met de verhalenverteller
er staat een uitnodigend bankje en ik ga zitten
de verteller heeft een lange zwarte jas aan en een hoed
op
hij leest voor uit toon tellegen, twee dierenverhalen
over de mier en de eekhoorn enz. enz.
over eenzaamheid en verdriet..........
daarna loop ik verder, ik voel me steeds beter
ben de weg niet meer kwijt, loop op de weg, het pad van
herinnering
dan nader ik een kraampje, het lijkt wel de
kringloopwinkel.......
de dame vertelt me dat ik wat uit mag zoeken dat me
aanspreekt
je houdt het niet voor mogelijk wat daar uitgestald ligt
hoe komen ze erop??
op een lange grasstrook liggen tientallen voetstappen
de weg die een mens gaat... onderweg zevenmijlslaarzen,
kinderschoenen en pumps
en daartussen mag ik een (uitgekozen) herinnering
neerleggen
met een zelfgeschreven kaartje erbij
mijn lampje gaat uit, het is nu wel erg donker, ik volg
de anderen
iemand steekt mijn kaarsje weer aan en ik voel me veilig
het volgende kraampje bevat vele, vele bloemen
ik mag er eentje uitzoeken, die bij mij past en een
geliefde
weer mag ik een kaartje erbij schrijven
en samen met de bloem hang ik dat aan een grote slinger
in een boom
hij beweegt zachtjes in de zachte regen
waarom ga ik mijn weg daar in het donker steeds lichter
vinden??
in de verte hoor ik zachte muziek
ik kom langs de kindergraven, het maakt me stil, steeds
stiller......
het is te donker om namen te lezen en dat is goed
naamloos kun je nu iedereen, geliefd, bekend en weetniet
eren en gedenken....
ik nader steeds dichter de ijle vrouwenstemmen in het
donker
bij een tentje staan twee vrouwen tweestemmig namen te
zingen!!
je kunt op een kaartje de naam van een overledene
schrijven
en die worden dan zingend genoemd
het is even wennen voor een steile gereformeerde!!!
maar zo intens diep en er raakt iets in je, wat weet ik
niet..
ik heb hier geen naam genoemd, maar wel geluisterd
zo heb ik wel een uurtje gewandeld langs s Heren wegen
modderige, struikelige, vol met herfstbladeren gelegde
paden
als laatste kwam ik bij een poppenkast
daarachter zat een mevrouw die gedichten las,
declameerde
ik nam op de stoel plaats en luisterde naar een/mijn
gedicht
de persoonlijke belangstelling voor mij kwam sterk naar
voren
en dat heb ik op de hele reis langs de doden gevoeld
het was geen verheerlijking van de doden.......
maar een blijde herinnering op wat geweest is, wat mooi
was
wat je altijd moet en mag blijven onthouden
ik heb mijn lichtje
ingeleverd en een bijdrage in een gleuf gedaan..
en mijn blijdschap uitgesproken voor dit gebeuren
het wordt geheel door vrijwilligers georganiseerd en
uitgevoerd
en door bedrijven, o.a. labberton, gesponsord
als laatste was er een warme kop chocolademelk, koffie
of thee
met een toch wat
onbestemd gevoel en een volle mind ben ik naar huis
gefietst
in de regen... en dat voelde goed!!!!!!
waar mijn gedachten die avond heengingen kan ik niet
zomaar vertellen
dat was heel wisselend en er overkwam mij veel..!!
iedere dode in mijn omgeving heeft zijn/haar eigen
verhaal
en heeft aandacht gekregen en liefde
en zo sta ik in dit leven, met vele geliefden wijlen
waar, hoe of wat is een raadsel, maar een belofte en
daar vertrouw ik op
het is een lang verhaal
van een natte avond, herfst, dood blad
alles is nodig om weer te ontkiemen als de tijd daar is
de wisselgang van het leven.....
truus
MULISCH
Een dreigende vulkaan
bracht angst toen Mulisch werd geboren,
en toen hij stierf bleef de Merapi alle rust verstoren.
Hij werd begraven en aan de hemel ontdekte ieders oog
een sprekende, een flonkerende regenboog.
Wie zei daar: ,,God laat nooit iets van zich
horen?"
Kees van Baardewijk
|
|
|
|
|
|
reageren? naar
het gastenboek of per
email |
|
|
|
28 oktober 2010 |
8e
jaargang – nummer 21 |
|
|
|
,,CHRISTENEN LAKS IN STRIJD
TEGEN PROSTITUTIE"
stond in een artikeltje
van Ilona Jacobs in het ,,Nederlands Dagblad" van
maandag 25 oktober j.l.
Dat lijkt mij ook.
Inmiddels al een poos geleden schreef ik een brief aan
alle raden en besturen van christelijke gemeenschappen
in Apeldoorn en ook aan de plaatselijke synagoge en
moskee over deze dingen. Ik had gehoopt op wat reactie
en actie. Maar nee. Hieronder ongeveer de tekst van die
brief.
LESBI-TIENERS -
amateur-prosti's, TELEFOONSEKS, lesbische meiden, PRIVÉ-HUIS,
sm, nachtprosti's, SEXSHOPS, transsexuelen, sexles,
no-nonsense sex, VROUWEN WILLEN SEX, SEX.
Dit
zijn toch geen woorden voor een net stukje. Nee, maar
het zijn wel woorden die je in elk nummer van het
plaatselijk dagblad en in de kolommen van de
huis-aan-huisbladen tegenkomt en ook wel in landelijke
dagbladen.
Jongens en meisjes, soms nog kinderen, mannen en
vrouwen, bieden zich openlijk aan en stellen zich
beschibbaar voor ontluisterende sexuele handelingen.
Anderen worden beschikbaar gestéld.
Paulus schreef in
Efeziërs: ,,…want het is zelfs schandelijk te noemen,
wat heimelijk door hen wordt verricht…"
Als Paulus nu leefde zou
hij zich een ongeluk schrikken om wat onder ons
,,gangbaar" is en heimelijk en openlijk in praktijk
wordt gebracht. Met schandelijke dingen wordt vandaag
via billboards, advertenties, internet openlijk en
uitdagend geadverteerd.
Als je niet uitkijkt raak
je er aan gewend. Maar soms vraag je je met een schok
af: wat is dit? Is een cultuur waarin met totaal
gedegenereerd sex gevent wordt - is die normaal?
Onze kinderen en kleinkinderen groeien in zo' n
samenleving met zulke dingen op.
Afkeer en afwijking van dit kwaad heeft niets te maken
met preutsheid of ,,fatsoensrakkerij". Van
sexualiteit binnen de door God gegeven kaders valt
alleen maar positiefs te zeggen. Maar wat zich nu
voordoet is mensonwaardig en verdorven en haalt mensen
naar beneden en maakt ze ongelukkig. En gaat die
beïnvloeding ons voorbij?
Veel huwelijksellende, veel verslavingsproblematiek
hebben te maken met dit kwaad.
En soms denk je: waarom
zijn we als kerken en christenen zo weinig betrokken bij
deze problematiek? Waarom roepen we niet harder dat er
een groot kwaad is in de stad en in de samenleving?
Waarom roepen we ,,nette" kranten en periodieken
niet op hun kolommen te sluiten voor mensen die
stuurloos zichzelf voor van alles en nog wat aanbieden?
Op hun eigen wijze en in
eigen verantwoordelijkheid zijn veel mensen met deze
dingen bezig. Volwassenen, verantwoordelijk voor
zichzelf. Maar hoeveel worden er niet gedwóngen?
Hoeveel vrouwen, jonge meisjes en ook jongens, worden
niet geronseld en verhandeld of het om dieren gaat?
Hoeveel grof geweld wordt er niet toegepast in die
groezelige wereld van de prostitutie? Een wereld die
voor een groot deel in handen is van niets ontziende
criminelen.
Projectleider mensenhandel/ prostitutie Bertus Bouwer
van de regio Ijsselland zegt: ,,Je moest eens weten wat
voor mensonterende ellende er achter zo' n raam te
vinden is". ,,Nigeriaanse hoertjes in ban van
voodoo."Je wordt er niet goed van als je leest hoe
deze kinderen behandeld worden.
1 Timótheüs 1: 10 spreekt over ,,zielverkopers."
Over mensenrovers en - handelaars. Ook Exodus 21:16 en
Deuteronomium 24: 7 gaan over het kwaad van mensenroof.
Gruwelijk kwaad in de ogen van God die altijd uit is op
recht en vrijheid voor zijn kinderen.
Zou het geen tijd worden
dat we als christenen, die zelf verlost en in vrijheid
gezet zijn, meer onze mond opendoen tegen dit kwaad en
tegen dit onrecht? Dat we ons bewust worden van deze
problematiek door er aandacht aan te geven in kerkblad
en preek, meer nog dan er nu gebeurt en ook de
plaatselijke overheid op te roepen haar taak te zien en
de plaatselijke pers te vragen haar activiteiten te
stoppen, als het gaat om toelaten van aanstootgevende
advertenties. Haalt niets uit… ja niet geschoten is
altijd mis.
Maar het is toch de taak van de kerk het Evangélie te
verkondigen? Precies, en dit is een vorm ervan. Vrijheid
en een menselijke behandeling vragen voor degenen die
onder ons zo' n verschrikkelijk onrecht wordt aangedaan.
|
|
|
|
|
|
reageren? naar
het gastenboek of per
email |
|
|
|
14 oktober 2010 |
8e
jaargang – nummer 20 |
|
|
|
NEEM KINDERGELOOF SERIEUS
,,Oma, zal ik u 'es wat
vertellen?"
,,Ja, ik ben benieuwd".
,,Ik ben nu christen".
,,Ja, jongen, maar dat was je toch al. Je vader en
moeder geloven en jij bent gedoopt. Nou, dan ben je
christen. Al tien jaar."
,,Ja, maar nu ben ik pas echt christen. In het
kinderkamp hebben ze met mij gebeden, en nu weet ik het
heel zeker"... Ze legde even haar hand op kleinzoon
z' n hoofd. Een soort zegenend gebaar.
Ze lachte gelukkig niet.
Ik zei gelukkig. Ja, want als in de kerk kinderen
kinderlijke, spontane opmerkingen maken wordt er al gauw
gelachen. Onze dominé vroeg een keer dat nooit meer te
doen. Neem kinderen volkomen serieus, hoe ze de dingen
ook formuleren. Hun geloof en de manier waarop ze zich
uitspreken is in de ogen van de grote Kindervriend net
zo kostbaar als dat van de groten.
Behandel kinderen als volwaardige gelovigen. Hun geloof
kan echt zijn, hun schuldbesef ook en hun verlangen naar
het volmaakte Koninkrijk van God ook.
We moeten gewoon doen wat we kunnen om kinderen de
enige, goede weg te wijzen. Behoedzaam en voorzichtig.
Want kinderen zijn zo kwetsbaar. Laten we nooit tussen
hen en het Koninkrijk in gaan staan.
Ik heb jaren gewerkt als godsdienstleraar. Mijn
voornaamste angst was dat ik kinderen in de weg zou
staan in de groei van hun geloof. Dat ik barrières zou
opwerpen. Ik bad steeds om daarvoor bewaard te blijven.
Weet u wie geweldig veel oog had voor kinderen en hen
rechtstreeks wist te bereiken. Dat was Spurgeon. De
prins der predikers in Londen in de 19e eeuw. Van hem
een paar uitspraken:
,,Laten we oppassen dat
we een jong en kinderlijk geloof niet onderschatten.
Waarom zouden ouderen die tot bekering komen een
oprechter geloof hebben dan kinderen?". (5)
,,Laten we ook niet denken dat kinderen de grote
waarheden van het Evangelie niet begrijpen". (2)
,,Nee, we moeten zorgen dat de kinderen vroeg de Naam
van Jezus kennen en weten dat God goed is". (7)
,,…Hoe eenvoudiger we zijn, hoe ontvankelijker we zijn
voor de genade van God". (8)
,,Ook de kinderen moeten weten dat de zonde hun leven
vernielt, tenzij de Here Jezus hen vergeeft". (9)
,,Ik kan u verzekeren dat kinderen een diep gevoel van
schuld tegenover God kunnen hebben, maar ook dat ze een
diepe dankbaarheid kunnen hebben tegenover God als ze
Zijn weg van verlossing kennen". (10)
,,Jezus zegt tot zijn discipelen dat het evangelie een
koninkrijk sticht. En hebt u wel eens gehoord van een
rijk zonder kinderen?". (11)
,,Als u de kinderen op eenvoudige wijze de leer van de
verzoening leert, zult u er zelf door gesterkt
worden". (18)
,,Als ze (de kinderen) de liefde VAN Christus kennen,
zullen ze de liefde VOOR Christus leren .Als we niet
alles van de hemel verwachten en daarom vragen, heeft
ons werk geen zin". (22).
EN
DAN IETS HEEL ANDERS
Onlangs kreeg ik een
boekje van Rikkert Zuiderveld - Van rococo tot
roekoekoe. 115 Diergedichten.
Hieronder een handjevol.
AREND
,,De regelzucht der
ambtenaars,"
zo zegt een arend, ,,is barbaars
en wekt in mij een sterke drang
hen áán te vliegen, maar 'k ben bang
dat zoiets dan wel weer zal moeten
langs een vaste aanvliegroute."
DINOSAURUS
Onlangs nog vond men in
de Taurus
een fossiele dinosaurus.
,,Ach, van al mijn mooie dromen
zijn er niet veel uitgekomen,''
zo zat hij daar te meieren,
,,en ook niet van mijn eieren."
DOFFER
Een doffer op het
consulaat
werd dagelijks met raad en daad
terzijgestaan door 'n duifje dat
daarvoor haar typediploma had.
En 's avonds dook zij met de doffer
in de diplomatenkoffer.
WERKMIER
Een werkmier heeft in
Hoogezand
haar huisje keurig aan de kant
en houdt bij alles wat ze doet
een immer opgewekt gemoed.
Vanmorgen heeft ze, goed geluimd,
nog haar karakter opgeruimd.
POSTDUIF
Een jonge postduif vol
ambitie
kreeg, op jacht naar een positie
in het nieuwe kabinet,
door een uitgekiend budget
zijn ministerspost te pakken:
die van buitenlandse zakken.
En zo staan er nog 110 in
het bundeltje; de een nog mooier dan de andere.
|
|
|
|
|
|
reageren? naar
het gastenboek of per
email |
|
|
|
30 september
2010 |
8e
jaargang – nummer 19 |
|
|
|
DEZE MAG U ECHT NIET MISSEN
kleuter
bidt het ,,Onze Vader" - Hartveroverend, echt
www.cvandaag.nl -
dagelijks christelijk nieuwsoverzicht. In één keer op
de hoogte.
www.bijbelidee.nl
- alles over de Bijbel voor kinderen: bijbelse verhalen,
liedjes, knutsels, poppenspel, musicals, boeken,
verhalen, speelbladen etc.
baby
Eliot - die maar 99 dagen leefde maar een bron van
geluk was. Diep ontroerend.
IS GOD TERUG?
Prof. dr. Bram van de
Beek wordt een ,,kerkelijk enfant terrible"
genoemd. Hij hield donderdag 16 september zijn
afscheidsrede aan de VU.
Er is veel over deze weerbarstige theoloog te zeggen en
vooral over zijn indrukwekkende publicaties. Maar ik wil
het nu graag even hebben over zijn laatstverschenen
boekje: ,,Is God terug?".
In het verleden is er wel geklaagd over een gebrek aan
gevoel en emotie in de geloofsbeleving en in de
christelijke gemeente. Ik denk terecht. Zelf heb ik dat
ook zo gevoeld.
Maar nu is er m.i. een tegenbeweging. We vinden in het
algemeen dat geloven lekker moet voelen. En dat het met
allerlei vormen moet boeien. Er is in verschillende
kerken heel wat entertainment. En we zingen nogal wat
liederen en teksten met gevoelige, ontroerende en soms
wat weke melodieën waarin het niet zelden om ons
,,ik" draait. Ook richten we onze aandacht op God,
onze Vriend, die ons neemt zoals we zijn en soms hoor je
iemand de Here God in het gebed met ,,Pappa"
aanspreken. Beleving en gevoel - daar gaat het om.
Van dat Zwitserlevengeloof moet Van de Beek niets
hebben. Voor hem is God, net als het bij Barth was, de
,,ganz Andere" voor wie je grote schroom en eerbied
moet hebben. Je vreest Hem en vereert Hem en hebt Hem
lief, die je, hoe bestaat het?, genadig wil zijn.
Ik vind ,,Is God terug?" een schokkend boek dat je
diep raakt en waarvan je moet zeggen: ,,wat zit er veel
waars in". Wat Van de Beek wil is gewoon authentiek
en een radicaal, echt radicaal geloof dat God laat Wie
Hij is. Over Hem mag je alleen met eerbied en ontzag
spreken, Hij is niet je Vriendje. De schrijver draagt
dat met gloed en overtuigingskracht uit.
Geloven is echt niet
altijd zo leuk en als kerkgemeenschap is het niet ons
eerste doel om het warm en gezellig en behagelijk te
maken en te houden. Geloven doet zeer. En kerk in de
wereld zijn doet zeer, moet zeer doen. Gelovige zijn is
een vermoeiend gevecht tegen jezelf. Het is vechten om
Gods Koninkrijk binnen te komen. Het is ook lijden om de
wereld.. Het is ,,je behoudenis bewerken met vreze en
beven". Fil. 2: 12b.
Tot slot zomaar een paar
citaten:
,,De cultuur is godloos geworden en dat heeft zich in
mensen verankerd". (p.12)
,,…Dan is het zaak de kerk terug te roepen tot de
strengheid van de Schrift en de heiligheid van God die
al ons denken en voelen te boven gaat en die een
ontoegankelijk licht bewoont". (p.34)
,,Hij is terug van weggeweest en is zelfs aanwezig zoals
Hij nog nooit aanwezig geweest is". (p.48)
,,De God die uiteindelijk als de ware God opstaat, past
op geen enkele manier in ons menselijk zoekontwerp. Hij
heeft geen antropologisch vloertje onder de voeten, maar
hangt dood te gaan aan de grondeloosheid van de
menselijke schuld". (p.51)
,,Het christelijk geloof staat of valt ermee, dat Jezus
als de gekruisigde en opgestane werkelijk God is".
(p.57)
|
|
|
|
|
|
reageren? naar
het gastenboek of per
email |
|
|
|
9 september
2010 |
8e
jaargang – nummer 18 |
|
|
WIMS NIEUWE HART
"Druk-druk-druk",
,,haast-haast-haast". Iedereen heeft het druk en is
overbelast.
Is dat zo? Of heeft iemand dat 'n keer gekwaakt en
kwaken we het allemaal na?
Als ik 's avonds door de buurt wandel kijk ik,
geïnteresseerd in menselijk gedrag als ik ben, bij veel
mensen naar binnen.
Druk? Haast? Vrjwel iedereen zit te zitten en te kijken
naar de zelfkwel- en ont- luisterbuis. En waar wordt nu
zo naar gekeken? Naar van alles, maar zeker naar
medische programma's.
Bijna iedereen kijkt, cholesterolverhogende middelen op
tastafstand, op z' n dooie gemak, hoe de medische
wetenschap vooruit raast.
Dat brengt me op een
vriend van me, Wim Pork. Beste kerel, maar jammer…
hartproblemen. Teveel gezeten, teveel gegeten, niet op
z' n cholesterol gelet. Hij heeft van alles in het
algemeen, maar een klep die lekt als een gek in het
bijzonder. Met Wim is het niet best. Hij is echt aan een
nieuw hart toe. Maar ja, die liggen niet voor het
transporteren. Toch…
Pas was hij weer eens bij de cardioloog. Knappe man,
kundig, gezaghebbend, sympathiek. En niemand heeft het
hart hem tegen te spreken. Behalve z' n vrouw uiteraard.
Als die cardioloog tien man onder zich heeft, bij wijze
van spreken, heeft z' n echtgenote er in ieder geval een
meer. Wat een die-hard.
,,Wim, loop ' es
mee." Wim loopt mee met dr. Kleplekker en die voert
hem naar een belendende ruimte van het ziekenhuis, waar
zich een aantal welvarend ogende biggen ophouden.
,,Varkens…", roept Wim verrast uit. ,, Welnee
man, harten, transplantatieharten. We zijn eindelijk zo
ver dat we varkensharten kunnen transplanteren en daar
krijg jíj er een van. Zoek maar een malse big uit, die
reserveren we voor jou. En even een adviesje: bezoek hem
voor de operatie af en toe. Dan krijg je hart voor hem.
De transplantatie lukt.
Het gaat prima met Wim.
Maar ho, eigenlijk lopen
we ineens te hard van stapel. Zo simpel was het nu ook
weer niet.
Wim had tevoren dus wat
contact met z' n donorzwijn, Gozewijn. Gozewijn uit
Nieuwegein. Dat contact liep een beetje stroef.
Gozewijn ging moeilijk doen en vragen stellen waarop Wim
niet altijd antwoord kon geven.
Zo van: ,,' t Gebeurt toch allemaal wel onder verdoving,
hè?" Wim mompelde: ,,Ja, natuurlijk joh, onder
plaatselijke verdoving." ,,In Nieuwegein",
voegde hij er zachtjes aan toe. Maar dat ontging
Gozewijn. Die sputterde: ,,Ik hou m' n hart vast."
Waarop Wim weer: ,,Niet doen, Gozewijn, niet doen."
Gozewijn werd toch wat depressief. Maar gelukkig kreeg
hij morele steun van z' n collega' s, verenigd in de BVD
( ,,Biggen Voor Donorharten") die als devies voert:
Wie geeft wat hij heeft is waard dat hij leeft.
Nou ja, Gozewijn verloor
dus toch op een bewaakt ogenblik zijn hart. En Wim kwam
er goed van af. Alleen al die tijd in het ziekenhuis…
,,Voor je rust hoef je hier niet te zijn", morde
Wim, ,,aan een stuk door willen ze bloed zien, stelletje
vampiers. En maar temperatuur opnemen. Je houdt geen
temperatuur meer over. En dan dat enge ,,wij". In
het holst van de nacht, 's morgens om een uur of zeven,
komt er weer zo' n zuster Kraakhelder binnenstuiven.
,,En, hoe voelen we ons vanmorgen, meneer Pork?" En
elke keer, als je er even uit was, moest je weer naar
bed. ,,Meneer Pork, we gaan weer 'es naar bed."
Ja zeker, met z' n tweeën in dat smalle
eenpersoonsbedje."
|
|
|
|
|
|
reageren? naar
het gastenboek of per
email |
|
|
|
26 augustus 2010 |
8e
jaargang – nummer 17 |
|
|
|
ONS MOOIE NEDERLANDS
Ik krijg tegenwoordig
mailtjes met teksten als: Horloges krijgen maar hier
goedkoop. Deze horloges zullen hou van jou. Zeer snel en
veilig horloge werken. Alles is zeer snel en neutraal.
Get dure Horloges zeer snel en zeer goedkoop hier en
bestel zonder risico. U krijgt een garantie.
TIP
Wilt u een originele
tekst van uzelf of van een ander…laat hem op een
tegeltje zetten. ( www.truttigtegeltje.nl
)
SJOEGE GEVEN
,,Liefde moet van twee
kanten komen", zeggen we.
En dat is ook zo: je kunt als jongen hartstikke verliefd
zijn op een meisje, maar als het kind geen sjoege geeft,
gebeurt er niks.
God heeft ons hartstikke lief - dat is de belovende
kant, de liefde van God. En Hij verwacht dat we Hem
hartstikke liefhebben - dat is de gelovende kant, de
liefde van jou en mij. Maar als jij geen sjoege geeft,
gebeurt er niks.
SNEU
Tijdens de snake-wake
kreeg zij een take-bate.
BESCHAAFD
SCHELDEN
Wilt u schelden en toch
netjes blijven? Een paar tips: Grobbejanus, Plurk,
Raasdonder, Kliemert, Pieremezeur, Efteling,
Patetter.
En als uitroep van verbazing: Grutvernakel!
WEBSITES CHRISTELIJK
GELOOF
WIE WAST DAN ONZE BILLEN?
,,Hoe oud ben jij
nou?"
,,Acht, net zoals jij."
,,Denk jij wel eens aan vroeger?"
,,Veel te veel naar mijn zin. En dan denk ik: hoe moet
het in de toekomst?"
,,Hoe zo?"
,,Nou, als wij oud zijn bestaan er bijna alleen nog ouwe
mensen en dan vraag ik me af: wie wast dan onze billen?.
,,Daar heb ik nog nooit aan gedacht".
,,Was ik al bang voor."
MILIEU
Ik wandelde een keer met
een van de kleinzonen. Hij was 6 of 7. Ik signaleerde
het nodige straatvuil en wekte hem op altijd het milieu
te ontzien. Met een wegwerpend handgebaar zei hij:
,,opa, dat hele milieu kan me geen zak schelen."
TIEN-EURO-BELTEGOED-HOER
DIE JE BENT!
hoorde iemand een jong
meisje tegen een ander jong meisje zeggen.
De kranten berichten dat meisjes, kinderen nog, voor een
lekker hapje, wat beltegoed, een cadeautje, met mannen
naar bed gaan.
Wat moet hier een leed achter schuilen!
GELEZEN
De ene profeet tegen de
andere: ,,Je ziet er een stuk beter uit dan volgende
week".
HERDER
Je leest wat hedentendage…:
aangetroffen
in het bos,
geketend aan een boom,
hongerig en koud tot op het bot:
man, vrouw en twee kinderen -
hun hond moest zo nodig alleen op vacantie.
Een herder…notabene. |
GELEZEN
,,Je kunt je tijd maar
één keer uitgeven".
,,Christenzijn betekent dat je gered bent van een
zinkend schip."
,,In de spiegel van Gods Woord (de Bijbel) leren we
onszelf kennen. Kijk eens wat vaker in de spiegel van de
Bijbel."
BORD
VOOR KOP
,,Elke man de wereld uit,
te beginnen in Nederland."
Eiste Mien, die feministe.
Mien, dat meen je niet want ik denk
dat je ze na één dag al miste.
Een versje uit
,,RESTANTOPRUIMING" - dichtwerk, mijn laatst
verschenen gedichtenbundeltje.
Hebben? Maak € 10,25 over op bankrek.nr 692060316 ING,
Apeldoorn ten name van C. van Baardewijk en u krijgt het
thuisgestuurd.
NCRV - IN THERAPIE
Geachte redactie,
Ik vind van deze serie
een beklemmende werking uitgaan. Elke keer als ik kijk
naar een nieuwe aflevering komt dat op me af.
Het geheel is in mijn beleven van een grauwe
troosteloosheid.
De rollen worden zo knap gespeeld dat je niet meer kunt
denken ,,O, het is maar toneel". De acteurs wórden
de therapeut en zijn cliënten.
Maar ieder zit in zichzelf opgesloten in eigen afwering
en ressentiment en in eigen onwrikbaar gelijk.
Ieder lijkt te leven in een eigen gesloten wereldje,
waarin er niets anders is.
Iedereen lijkt alleen zichzelf te zien en de ander is de
vijand die je bedreigt.
Benauwend.
Ik
leef ook in deze heel reëel gebrachte verbeelde
werkelijkheid.
Maar wat een afschuwelijke werkelijkheid. Zo herkenbaar:
het tot het uiterste opkomen voor jezelf, het volkomen
centraal stellen van eigen geluk en welbevinden,
assertiviteit tot het uiterste. Het is de verstikkende
hedendaagse wereld, althans een deel ervan. En wat een
egoïsme.
Er lijkt geen uitweg. Er is niets anders.
Maar dit is toch niet een programma voor een omroep die
de c in zijn naam heeft. Die c verwijst dus naar
Christus, die grote Therapeut.
Wat een kansen om naar Hem te verwijzen. Hij kan mensen
naar een oase brengen, ruimte geven.
Maar , In Therapie" is alleen maar woestijn. Hoe
kúnt u.
Over dat gevloek en die obscene, normloze woorden en
uitdrukkingen zwijg ik maar.
Met vriendelijke groet,
C.v.Baardewijk, Apeldoorn
www.keesvanbaardewijk.nl
|
|
|
|
|
|
reageren? naar
het gastenboek of per
email |
|
|
|
12 augustus 2010 |
8e
jaargang – nummer 16 |
|
|
|
SCHIETEN & SCHOLEN
Deze keer twee totaal
verschillende getinte stukken. Het eerste is
,,Schieten" door de steeds bekender wordende
dichter Van Takkebos (pseudoniem) en het tweede is een
indrukkend gebed van een scholier.
|
Schieten Toen
ik nog in het leger was,
kon ik toch zo genieten,
daar mocht ik met een echt geweer,
op vijand`s poten schieten.
Maar was de ammunitie op,
dan schoten we met spek,
dat was wel eens het doel voorbij,
of klets ik uit mijn nek.
`Zondags dan was het rustig
en hadden we geen werk,
we schoten na het schietgebed,
de kogel door de kerk.
Maar was er een manoeuvre,
en kropen we door het stof,
dan ging ik wortelschieten,
gewoon maar uit mijn slof.
Eens schoten we een beer,
zijn huid was al verkocht,
nog voor een schot gevallen was,
wie had dat ooit gedocht.
Het moeilijkste van alles,
was schieten met het geld,
met daags één gulden vijftig,
was je gauw uitgeteld.
Het schiet niet op en ook te kort,
dikwijls het doel voorbij,
dan schiet ik even vlug een bok,
het mak`lijkste voor mij.
Als`t kruit nog niet verschoten is,
en heb ik nog genoeg,
dan geef ik aan een ieder,
een flink schot voor de boeg.
Men heeft ook een kanon,
om muggen te gaan schieten,
of onder iemand`s duiven,
dat noem ik pas genieten.
De diensttijd was voor mij voorbij,
wat heb ik het genoten,
men heeft mij met een schietstoel,
de vrijheid in geschoten. Van
Takkebos. |
|
|
Nieuw
gebed voor scholen
Een 15 jarige
scholier uit Ohio schreef onderstaand gebed, een
"Nieuwe Belofte van Trouw", omdat de
"Belofte van Trouw" en "Het Onze
Vader"niet langer gebruikt mogen worden omdat
het woord "God" daarin genoemd wordt.
Nieuw School Gebed
Nu zit ik weer in
school
waar bidden tegen de regels is.
Want deze grote Natie onder God
vindt het noemen van Hem erg raar.
Als nu de Heilige
Schrift in de klas wordt genoemd
schendt het de "Bill of Rights".
En elke keer dat ik mijn hoofd buig,
wordt het een federale kwestie.
Ons haar kan paars
zijn, oranje of groen.
Dat is geen overtreding, maar een ding van
vrijheid.
De wet is nauwkeurig, de wet is precies.....
Hardop gesproken gebeden zijn een ernstig
vergrijp.
Want bidden in een
publieke zaal
zou iemand zonder geloof kunnen beledigen.
We moeten alleen in stilte mediteren.
God's naam is door de Staat verboden.
Het is ons
toegestaan te vloeken en te kleden als een
monster,
mogen onze neuzen, tongen en wangen doorboren.
Wel kunnen we vuile lompen dragen, maar niet de
Bijbel.
Als ik iets aanhaal uit het Goede Boek maakt dat
me strafbaar.
We kunnen een
Senioren Koningin kiezen die in verwachting is
en de ongetrouwde vader onze Senioren Koning.
Het is ons niet geoorloofd om goed van kwaad te
onderwijzen.
We worden geleerd dat zulke oordelen ons niet
passen.
We kunnen onze
condooms en voorbehoedmiddelen krijgen,
toverkunst en vampiers studeren, totempalen
oprichten.
Maar de Tien Geboden worden niet toegestaan;
geen Woord van God mag deze menigte bereiken.
Ik moet erkennen
dat de school wanordelijk is als
chaos de school beheerst.
Daarom, Here, deze stille bede:
dat als ik doodgeschoten wordt, wilt Gij dan a.u.b
mijn ziel nemen.
Amen.
Als je je niet
schaamt, geef dit dan a.u.b. door!
Jezus zei: "Als je je schaamt voor mij, zal
ik me schamen over jou voor mijn Vader"
Vrij
vertaald uit het Engels door Henny Eshuis-Ekkel.
23 Juli 2010
|
|
|
|
|
|
|
reageren? naar
het gastenboek of per
email |
|
|
|
29 juli 2010 |
8e
jaargang – nummer 15 |
|
|
|
OVER DOOD EN STERVEN
,,Wat kan in ’t Gooi, /
een schuldloos kind. / met rozen op de frisse kaken, /
daar ’t niets dan leven in zich vindt, / van dood en
sterven maken?”
Het kan er niets van
maken, het kan niets begrijpen van dood en sterven. En
dat is goed. Een kind moet z’ n wereld ontdekken en
zich verbazen. Een kind moet, liefst blij en onbezorgd,
leven en spelen.
Maar een mens wordt ouder
en ouder. En de een meer, de ander minder wordt door
zijn lichaam attent gemaakt op z’ n sterfelijkheid. Je
ziet het in je leven bij anderen gebeuren, dat de aardse
tent wordt afgebroken. En wat kan dat een emoties en
deernis opwekken als je een geliefde ziet lijden, als je
ziet hoe allerlei functies uitvallen. En als je dat zelf
overkomt, of er een zwaard door je ziel gaat… Verlamd
van moeheid zijn, doodziek zijn is al een beetje
sterven. Daar weet een kind gelukkig niets van, als het
goed is.
Denken over de dood en
sterven, je ontkomt er op de duur niet aan. Gedenkt te
sterven”. ,,Memento mori”. ,,Denk er aan dat je moet
sterven”. Maar op z’ n tijd, áltijd met het einde
van het leven bezig zijn is niet goed. De dichter Bloem:
,,Denkend aan de dood kan ik niet slapen. En niet
slapend denk ik aan de dood”, suggereert bijna dat het
hem obsedeerde. Niet altijd, maar ook niet: nooit
,,Midden in het leven, zijn we door de dood omvangen.
Wie is daar die hulp ons biedt, dat wij troost erlangen?
Alleen Gij, Here Jezus”. Je bezinnen op je levenseinde…er
zijn veel mensen die er niet over piekeren. ,,Als het
zover is, merk ik het wel.” Dat kan ook nooit goed
zijn. En ook, vooral niet te vergeten, je moet je
voorbereiden om je God te ontmoeten.
We maken een vreemde reis
door het leven, naar een onbekend en toch lokkend doel.
Doel is: in de armen vallen van een wachtende,
liefdevolle God en Jezus Christus ontmoeten en Gods
Heilige Geest.
Misschien verlangen we
nog wel extra naar Jezus Christus. Als naar een
vertrouwde en bekende Broer. Hij leefde met een leven en
een lichaam als wij, onder ons.
,,Mijn Jezus, ik hou van
U, ik noem U mijn vriend”, zingen we.,,Want U droeg de
straf voor mij, die ik had verdiend”. Jezus, die
ontzagwekkende Zoon van God, mijn Vriend? Jezus, tegen
Wie Petrus zegt: ,,Ga uit van mij, want ik ben een
zondig mens!”, mijn Vriend? Ja.
,,Midden in het leven,
zijn wij door de dood omvangen”. De harde, bittere
dood, die komt vast en zeker. Maar wat is het vervolg?
,,Als ik in uw glorie /
uw eeuwigheid kom / dan buig ik mij voor U / in uw
heiligdom / gekroond met uw heerlijkheid / zal ‘k
zingen voor U / ‘k heb van u gehouden / maar nooit
zoveel als nu”.
TWEE TIPS
Een van onze kleinzonen
maakte me attent op de twee volgende diep-ontroerende
filmpjes:
YouTube
- Andrea Boccelli – tells a ,,little story” about
abortion.
en
You
tube – Eliot – the 99 balloons.
EN DAN IETS HEEL ANDERS
Ik ga graag naar de kerk
(of heb ik dat al eens geschreven? Maar waar ik wel eens
moeite mee heb is dat er zo vaak over dezelfde teksten
gepreekt wordt.
Onderweg naar het
bedehuis denk ik wel eens ,,Waarschijnlijk komt vandaag
de verloren zoon weer thuis” of ,,Het zou me niks
verbazen als de Samaritaanse vrouw vandaag rond het
middaguur (het heetst van de dag) naar de waterbron gaat”
of ,,Zouden we vandaag weer gesommeerd worden de
geestelijke wapenrusting (uit Efeze 6) aan te trekken?”
Prachtige Bijbelplaatsen,
niks mis mee, maar zo vaak…
Dit overwegende kwam het
volgende mij in de gedachten:
|
Domineesbijbeltje.
Wat een bijbels heb ik in
m’ n boekenkast staan,
trots laat ik er soms mijn blik over gaan.
Maar wat me af en toe wel steekt,
is dat er nog altijd één ontbreekt.
Kijk in de boekwinkel, heeft iemand gesuggereerd,
O.K., dat dan maar een keer geprobeerd.
,,Heeft u hier ook een domineesbijbeltje staan?”
Met glazige ogen kijkt de verkoopster me aan.
,,O, ik zie hem al, daar ligt-ie, wat een pover
exemplaar”.
Het is hem echt, maar flinterdun, wat raar . |
|
|
|
|
|
|
reageren? naar
het gastenboek of per
email |
|
|
|
15 juli 2010 |
8e
jaargang – nummer 14 |
|
|
|
DE ORANJEKOUSENKERK
(column – overgenomen
van www.refoweb.nl)
Voor wie het gemist heeft…
ons land heeft er een kersverse en fanatieke geloofs-
beweging bij: de oranjekousenkerk. In korte tijd heeft
deze fundamentalistische beweging zo’ n 10 miljoen
aanhangers geronseld die bereid zijn hun tegenstanders
te vierendelen, verbranden, voor de leeuwen te gooien,
te kruisigen, te wurgen en tal van andere enge en
pijnlijke doodheden te bezorgen. Met plezier. Ook dat
nog. Wie niet meehost met de berijmde gezangen van deze
oranje ayatollahs, hun oppermachtige bal aanbidt of
weigert neder te knielen voor de elf godenzonen op het
heilige groene gras, krijgt een enkeltje richting
doodschopgebied

En wie veronderstelt dat
dit allemaal nog wel meevalt, moet maar eens op z’ n
dooie akkertje de reacties in de krant van lachwekkend
Nederland spellen. En zo zijn er nog tal van andere
websites waar deze gelovigen hun shariaplannen lanceren.
De taliban der lage landen passeert al-Qaida met stip in
fanatisme en zelfbedachte martelpraktijken. En voor die
positie moet je toch wel de nodige haatgevoelens
verzamelen.
De dominee die in de
vragenrubriek van Refoweb zei te hopen en te bidden dat
het Nederlands elftal zo spoedig mogelijk zal verliezen,
heeft als eerste kennis kunnen maken met de
doodsbedreigingen uit de de diepe krochten van de
balgelovigen.
Wat zijn de kenmerken van
deze nieuwe religieuzen. Volgens de Dikke Pedia, en ik
citeer: ,,De Oranjekousenkerk is een ultra
extremistische en orthodoxe geloofsgroep met racistische
tendenzen binnen de International World Soccer Church.
Drie maal per dag aanbidden ze een zwart-wit gestipte,
onwelriekende bal. Hun geloofsbelijdenis is even kort
als simpel: Er is geen god dan koning voetbal en oranje
is zijn kleur. Minstens tweemaal per week gaan ze naar
de voetbaltempel, onder het galmen van hun dreigende
volksgezangen, vaak gericht aan tegenstanders. De
liederen zijn goed doordacht en van een hoog literair
niveau zoals ,,Hup Holland Hup”, en ,,Laat de leeuw
niet in zijn hempie staan”, of ,,Aanvalluh…”Volgens
één van hun geboden is het dragen van een oranje hoed
of muts, kousen of andere oranje versierselen verplicht.
Daar komt dan ook de bijnaam Oranjekousenkerk vandaan.
Het hebben van een eigen mening of een IQ van hoger dan
49 is verboden en wordt bestraft met honderd
Weesgegroetjes aan de heilige Rinus of Johan, evenals
het dagelijks verplicht bestuderen van de WK-finale uit
1974, totdat de zondaar openbare schuldbelijdenis heeft
gedaan van zijn gebrek aan oranjemotivatie.”
En zo kunnen we nog wel
even doorgaan. Bijkans worden er ook nog wat Joden,
christenen en homosexuelen, indien voldoende voorradig
op het moment dat de voetbaltempels uitgaan, tegen de
vlakte gemept. Het is opmerkelijk genoeg het enige
fundamentalistische geloof dat in ruime mate
overheidssubsidie krijgt en op alle terreinen wordt
gestimuleerd. Het is ook de enige zware religie waar
verwende multimiljonairs zich godenzonen noemen en waar
om hun heilige handtekening wordt gebeden.
Kortom, een
aantrekkelijke beweging voor iemand die vulsel zoekt
voor de nutteloze, holle ruimte in zijn schedel. En so
hep ieder nadeel se voordeel
DE VUVUZELAS KLINKEN
Hoor, vuvuzelas klinken,
de vijand is nabij.
Ik zie scheidsrechters winken,
en niemand staat er vrij.
Mijn hart zinkt in mijn schoenen,
dus knal ik hem er in,
ik wil de bal wel zoenen,
één nul, een goed begin.
Daar is geen hulp
voorhanden,
voorhanden dan van Kuyt.
Hij doet de bal belanden,
in vijands doel, recht uit.
Nu Sneijders nog een doelpunt,
met goed linkerschoen,
de fluit gaat, dit is ’t eindpunt.
Neerland is kampioen.
Van Takkebos
HET OVERWINNINGLIED
Eens als vuvuzelas
klinken
van tribunes, links en rechts,
duizend stemmen ons omringen,
en ,,hup holland “ wordt gezegd,
rest er niets meer dan te zingen,
Robben heeft het pleit beslecht.
Wij zijn allen in de
wolken,
glimlachen van oor tot oor,
tellen weer in vaart der volken,
brullen in een machtig koor:
,,Holland heeft Spanje verzwolgen,,
als door Octopus voorspeld.”
Roep de moffen tot
getuigen,
die van ouds ons vijand is,
al onze gestolen fietsen,
is nu niet meer ergernis.
Heel de wereld maakt ons niets en
zelfs niet hun begrafenis.
Van Takkebos
|
|
|
|
|
|
reageren? naar
het gastenboek of per
email |
|
|
|
1 juli 2010 |
8e
jaargang – nummer 13 |
|
|
|
ZONDAG
Was u al lang van plan zo’
n handige fietsendrager aan te schaffen?
Dan heb ik een geweldige aanbieding voor u. Voor de
Diamant fietsendrager betaalt u niet € 329 maar
slechts € 79. Dat scheelt u maar even € 250 !!!
Alleen, die prijs geldt uitsluitend op de koopzondag.
U koopt niet op zondag… jammer dan. Dan geen goedkope
fietsendrager
.
U bent boekenliefhebber,
vooral antiquarische boeken mint u. U struint alle
verkopingen af met de gedachte: stel je voor dat ik…
En u weet: in Deventer is één keer per jaar die
fantastische uitgebreide boekenmarkt.
Alleen: die is op zondag en u gaat op zondag niet naar
alle mogelijke evenementen en u koopt op die dag ook
niet. Jammer…
Steeds meer activiteiten
en wedstrijden en happenings e.d. worden op zondag
gehouden en worden daardoor onbereikbaar voor mensen die
die dag willen eren.
Feesten en evenementen, vlooienmarkten en
meubelboulevards: wat een mooie vulling die je uitspaart
door niet naar de kerk te gaan.
De zondag heeft een ander
karakter gekregen. Natuurlijk
niet dat iedereen vroeger een kerkbank verwarmde, maar
een verschuiving is onmiskenbaar.
En het tij lijkt niet te keren.
Ik weet wel dat het
praktisch niet helpt als je zegt: het is een trieste
ontwikkeling en een verarming, maar ik zeg het toch. En
ik zeg erbij: het is een harde klap in het gezicht van
God. God gaf de sabbat en de zondag niet om ons te
kwellen, maar om ons creatief te laten rusten, ook, en
niet in het minst, waar zijn Woord klinkt.
Vroeger
en nu zijn er mensen geweest die nooit aflatend moesten
werken, zeven dagen in de week. Wat een vreselijk en
uitputtend bestaan. Uitzichtloos.
We lezen vandaag ook over kinderen die zonder ophouden
afgebeuld worden. En vroeg of laat, maar het meest
vroeg, breken mensen en zijn ontregeld en kapot. En je
gruwt ervan. En wat moet God daarvan gruwen. God beoogde
creatieve en weldadige rust. Om mensen op adem te laten
komen, om ze op te laden met energie en zin om er weer
tegenaan te gaan. Wat een prachtige mogelijkheid om in
een wereld van afbeulerij en platte geldzucht mensen te
laten opbloeien. In een wereld die zonder adem te nemen
moet produceren.
We keren als samenleving
terug naar het heidendom en naar de ontluistering ervan
en wijzen Gods goede gaven af.
Wat triest. ,,Hier wordt de rust geschonken” zingen we
als gelovigen die ’s zondags rond de Heer en zijn
opbouwende Woord samen komen. (Wat een voorrecht in een
wereld met veel gelovigen die elke gelegenheid daarvoor
ontnomen wordt.)
Rust en bezinning in een
voortjagende wereld. Ach, zagen alle mensen maar wat tot
onze vrede dient en wat uit Gods vaderhand afkomstig is.
VOETBALKOORTS EN –
GEKTE
Daar weten en zien we
alles van. Maar zo ’n veertig jaar geleden konden ze
er ook wat van. Ik vond in een map een krantenknipsel
van vrijdag 8 mei 1970. Toen
veroverde Feijenoord in Milaan de wereldcup. Een en
ander uit het verslag:
,,Het Feijenoord dat
Celtic wegvaagde was van superklasse. Happels fameuze
driehoek op het middenveld, oorzaak van het feit dat
Celtic's normaal allesvernietigende stoomwals tot een
hoop oud roest, goed voor de schroothoop, werd
gedegradeerd, zelfs van absolute wereldklasse.
Wie kreeg er geen brok in de keel bij de aanblik van een
tengere man met die verschrikkelijke actieradius Wim
Jansen?
Ontroerd en met brandende ogen aanschouwden de duizenden
daarna die héérlijke taferelen. Van Feijenoordspelers,
dronken van geluk, in een wilde uitbundige
overwinningsdans”. Enzovoort, enzovoort.
GRAPJE

|
|
|
|
reageren? naar
het gastenboek of per
email |
|
|
|
Archief |
|
Alle afleveringen van de
Weblog van Kees van Baardewijk in
het archief.
|
|
|
naar
top
|
|
|
|