|
Archief 30
juli - 24 december 2009 |
|
|
|
24
december 2009 |
7e
jaargang – nummer 37 |
|
|
|
DE DAG EN DE KANDELAAR
,,Niet doen”, zegt de
Prediker, ,,niet doen, je afvragen waarom het vroeger
beter was dan nu”. Dat is niet wijs.
Elke tijd heeft zijn eigen droeve dalen en ook zijn
eigen mooie hoogten.
Ik denk aan mijn vroegste jeugd, aan de straat waar ik
woonde, in Rotterdam. Het is zondag. Twee keer per dag
beweegt zich een lange stroom kerkgangers door de straat
naar dat enorme gebouw aan het eind. Het gaf mij een
veilig gevoel, al die mensen hoorden net als wij ook bij
God en bij de Here Jezus. Er was de angst en de misère
van de oorlog, maar dit had iets moois, iets
beschuttends.
Er waren tekenen van God.
Hoe dan? Waar dan? Dat kan ik niet precies zeggen maar
veel mensen spraken in die tijd op dezelfde toonhoogte.
Als gelovigen verstonden ze elkaar. Ondanks het
verwoestende bombardement stonden overal nog kerken en
het goede kerkenwerk ging door. Er was vertrouwen dat
je, ook in het geweld van de oorlog, uiteindelijk niets
kon gebeuren.
Ook onze tijd heeft
grandeur. Hoe vaak kunnen we niet tegen elkaar zeggen:
dit is toch heel wat beter dan vroeger. Evengoed is er
de misère, b.v. de godverlatenheid, de onbestemdheid
,de ontheemdheid en de onverbondenheid. Alles moet hier
gebeuren en nu. Want nog even en het is op. Een toekomst
bestaat niet. Waar zie je in de wereld van nu, in de
moderne stad sporen van geloof, van God? Het demonische
lijkt de overhand te krijgen in de samenleving. Kent u
ook het gevoel in een woestijn te leven? Benauwt die
Godloosheid u soms ook zo? En de goddeloosheid?
Waar zou in die woestijn
je hoop en je moed blijven als je niet Gods gunst en
hulp genieten zou? In je gewone leven van alledag en op
die bijzondere dag als je met anderen samenkomt in de
,,schuilplaats in de wildernis”. Wat een oasegevoel
’s zondags: hier is God, hier is de belofte van nieuw
leven, hier krijg je brood voor onderweg, hier wordt je
opgemonterd en bemoedigd
.
Ik maak een sprong. Als
ik nu in het blad ,,Opbouw” van 25 september j.l.het
artikel lees: ,,De middagdienst zingt haar zwanenzang”
dan voel ik me lamgeslagen en ontmoedigd. Ja, zegt u
misschien, sorry hoor maar wat daar in staat is toch
bekend? Jawel, maar elke keer dat je erover leest drukt
het je neer. En het wordt in dit artikel nog versterkt
door de opsomming van gemeenten die de middagdienst al
afgeschaft hebben. Zoveel al?
De gemeenschappen van
gelovigen, hun activiteiten, hun samenkomsten, met als
hoogtepunt de zondagse kerkdiensten, zijn dus te
beschouwen als oases in de bedreigende kilte van onze
wereld. Je komt er van bij, van dat God loven, van dat
veilige bij elkaar zitten, van dat gevoel van eenheid...
In de week kan de ellende van de wereld je soms als een
hartinfarct in de houdgreep nemen, even voel je met al
die anderen samen bevrijd omdat de Geneesheer je
aanraakt.
Mooi, die oase van al die
eenstemmige, positief ingestelde mensen.Ja, maar dat is
de bedoeling niet alleen. Als je zingt ,,Kom mee naar
buiten, allemaal”, naar de ruimte van de vrijheid van
de verlossing, dan zing je toch ook met je gezicht naar
niet-gelovigen toe. Zorg dat je erbij komt, nú kan het
nog.
Als wij niet spreken en getuigen en oproepen in de
wereld dan zal God van ons rekenschap vragen
(Ezech.3:18). Maar wanneer wij echt met een brandende
liefde willen getuigen dan…
Dan …dan zullen we een
vindplaats voor zoekers moeten zijn, dan zal aan ons
gezien moeten worden dat wij een schitterende toekomst
verwachten, dan zal van ons gezegd moeten worden: moet
je zien, hoe ze daar
van elkaar houden. Dat kan alleen als we een sterke
gemeenschap zijn.
Zijn we dat dan niet? Er
gebeuren toch prachtige dingen in en vanuit onze kerken.
U beleeft het zelf en u leest erover in dit blad. Ja
zeker
En toch zijn er die
ontwikkelingen die verlammen, b.v.waar dat artikel ,,De
middagdienst zingt haar zwanenzang” van spreekt.
Deze tendens zegt iets.
Het heeft m.i. te maken met het niet goed onderkennen
van de tijd, met het niet goed onderscheiden van de
dingen, met ons comfortabele leventje. Wat we zien is:
teruglopende kerkgang, nu ook al in de ochtenddiensten,
moeite om kerkeraden te vormen, afnemende belangstelling
voor andere kerkelijke samenkomsten dan op zondag.
Wat zal er op volgen? Je
hoeft geen profeet te zijn, noch de zoon van een profeet
om dat t e zien aankomen. Nog minder
onderscheidingsvermogen, nog minder zicht hierop dat we
schade toebrengen aan het lichaam van Christus, verdere
afname van ledentallen en tenslotte een laatste
kerkganger die het licht van de kerk uitdraait.
Die ontwikkeling van
afnemende belangstelling zien we al een poosje aan.
Goed, we praten er wat over, het geeft ons zorgen maar
verder. M.i.gaan we, leden van allerlei kerken, veel te
veel met dit verschijnsel om als met een
natuurverschijnsel. Het onweert en bliksemt, maar wat
doe je er aan. Wat kun je nou dóen aan dit
verschijnsel, dat we waarnemen in zoveel kerken.
Ik denk, dat het veel
meer een hartszaak moet worden. Dat we met de meeste
klem vanaf de kansel opgeroepen worden meer om te zien
naar degenen die gaan afglijden, en dat we dat ook doen.
Dat we waarschuwen en oproepen de gemeente die bestemd
is voor het eeuwige leven weer te gaan zoeken. Dat we
duidelijk proberen te maken dat dé dag nadert en dat
het er nu op aankomt. Laksheid kan niet meer.
En wat ook onontbeerlijk is dat we persoonlijk en in de
zondagse samenkomsten er bij God de Heilige Geest op
aandringen ons te vervullen met liefde voor wat verloren
dreigt te gaan.
Verloren… is het zó
erg? Ja, want ach, we weten toch allemaal dat het na
twee, drie generaties over en uit kan zijn. Iedereen
kent toch voorbeelden.
En waarom houden we niet eens een landelijke bidstond
voor deze zaak? Die zijn wel voor minder georganiseerd.
Is dit
nou allemaal niet een beetje overdreven en
dramatisch? Ik geloof het niet. Er komt een dag dat
Jezus terugkomt. Zal Hij dan het alleen zaligmakende
geloof aantreffen of is de kandelaar voor die tijd
al verdwenen? Het zal toch niet zo zijn. Er zal toch
hoop ik nog een christelijke gemeenschap zijn waar
onze kindskinderen naar toe kunnen. Dat willen we
toch zielsgraag….
|
|
|
|
|
|
reageren? naar
het gastenboek of per
email |
|
|
|
10
december 2009 |
7e
jaargang – nummer 36 |
|
|
|
GOD ROEPT JE BIJ JE NAAM
In de ,,Dikke Rikkert”
– een bloemlezing uit het werk van Rikkert Zuiderveld,
van Elly en Rikkert, kwam ik een ontroerend gedicht
tegen. Hieronder staat het.
Er zijn kinderen op de
wereld die geen naam hebben, kinderen die niemand kent.
Wat erg! Anoniem te zien, onopgemerkt, van geen enkel
belang. Zo’n kind, een jochie, vraagt aan een
vreemdeling: ,,Wilt u mijn naam onthouden, meneer?”.
Als die meneer dat doet, is er in ieder geval één
persoon die hem kent. Het is om te huilen. Hij hoopt
vurig dat die vreemdeling nog eens aan hem denkt. Van
zijn bestaan weet.
Nog een gedicht, van
Neeltje Maria Min.
De moeder van de
dichteres weet niet meer hoe haar dochter heet.
Misschien is ze oud en dement. Wat een verdriet voor de
dochter. En haar kind is te jong en weet haar naam nog
niet uit te spreken. Ik ben alleen, ik ben ongeborgen,
dakloos, klaagt de dichteres. En dan volgt de schreeuw
om bij haar naam genoemd te worden. Ze wil met heel het
wezen van haar bestaan gekend worden. Dan is ze íemand,
dan wordt haar bestaan bevestigd. ,,Noem mijn naam. Noem
mij bij mijn diepste naam”. Die ik liefheb en die mij
liefheeft, moet weten wie ik ten diepste ben.
Dat geldt voor ons
allemaal. We willen opgemerkt, gekend, gezien worden.
We hunkeren naar contact,
naar een hand op je schouder en een arm om je heen. We
kunnen niet zonder. We willen onze naam horen.
En altijd zijn er mensen die dit missen. Wat vreselijk.
Maar wat voor iedereen mogelijk is, wat je iedereen
toewenst is dat in hun oren klinkt: ,,Ik heb je bij je
naam geroepen, je bent van Mij”, Jesaja 41:1.
Wie zegt dat? God. Wat een wonder. God heeft me
opgemerkt en noemt me bij mijn diepste naam.
Vergeten wij iemand wel
eens? God nooit. Hij kijkt in zijn handpalmen en ziet
daar voor zich: Roelof Jansen of Ria Pietersen. Daar sta
je en je staat er goed op. Jesaja 49: 16. Het gaat nog
verder: in de toekomst krijg je een naam met nog veel
meer inhoud en verdieping. Horen we het goed? Ja. ,,Men
zal u noemen met een nieuwe naam die de mond des Heren
zal bepalen”. Als Gods kinderen mogen we een naam
hebben.
WILT
U MIJN NAAM ONTHOUDEN MENEER
in het hart van Afrika
staat een kleine kerk
waar de mensen leren om fatsoenlijk te zijn
alle kinderen spelen buiten in het perk
want voor godsdienst zijn ze veel te klein
en een blanke man uit een
ver vreemd land
kwam daar op een dag voorbij
voelde opeens een kleine jongenshand
en hoorde hoe hij zei:
wilt u mijn naam
onthouden meneer
ik wil dat iemand aan mij denkt
wilt u mijn naam onthouden meneer
dan is er iemand die mij kent
en die vreemde meneer wist niets anders te doen
dan heel onfatsoenlijk temidden van iedereen
zomaar bij hem te zitten in het plantsoen
en alleen maar te huilen met zijn arm om hem heen
door zo’n klein verhaal
dat ik in een boek zag staan
werd mijn leven anders dan daarvoor
want sinds die dag zie ik overal kinderen gaan
en het is telkens of ik hoor:
wilt u mijn naam
onthouden meneer
ik wil dat iemand aan mij denkt
wilt u mijn naam onthouden meneer
dan is er iemand die mij kent.
VOOR WIE IK LIEFHEB WIL
IK HETEN
mijn moeder is mijn naam
vergeten
mijn kind weet nog niet hoe ik heet.
hoe moet ik mij geborgen weten?
noem mij, bevestig mijn
bestaan,
laat mijn naam zijn als een keten.
noem mij, noem mij, spreek mij aan,
o, noem mij bij mijn diepste naam
voor wie ik liefheb, wil
ik heten.
Uit: Neeltje Maria Min:
Voor wie ik liefheb, wil ik heten.
,,Sinterklaas- gedachten
en herinneringen", zie onder, ook te vinden op www.bomansweekblad.nl
, nu met bijzondere illustraties.
|
|
|
|
|
|
reageren? naar
het gastenboek of per
email |
|
|
|
26
november 2009 |
7e
jaargang – nummer 35 |
|
|
|
SINTERKLAAS – GEDACHTEN EN
HERINNERINGEN
,,Alles woelt hier om
verandering”. Zucht u daar ook wel eens over?
Alles verandert, de
wereld om ons heen, het denken over de dingen.
Vermoeiend.
Pas liep ik door het winkelcentrum. Het was er gezellig
druk en er heerste een sfeer van vergenoegdheid en
verwachting. Niet in het minst veroorzaakt door de zoete
klanken van sinterklaasliedjes.
Er viel me ineens wat op. Sint was alleen eigenlijk
goedheiligman tegenwoordig. Goedig en hartelijk zonder
één kwaad woord. Een roe zag je nooit meer bij zijn
uitrusting. Je hoorde alleen liedjes over de zonnige
zijden van de kindervriend.
Ik herinner me van vroeger ook andere aspecten aan de
bisschop. Hij kon ook toornen. ,,Kijk eens even, zwarte
Piet, of je ook stoute kinderen ziet”, lag hem voor in
de mond. Piet had ook altijd een grote, grauwe zak bij
zich die wachtte op een balsturig of brutaal kind. En
dat ging naar Spanje. Ik stelde me dat land voor als een
naargeestige poel van ellende waar het droef toeven was.
Toen ik een paar jaar geleden Spanje bezocht, viel het
me alleszins mee.
De Sinterklaasvieringen
thuis waren opgewekt en vrolijk van aard. Mijn ouders
hadden ook nooit, zelfs niet in de grootste diepen van
pedagogisch onvermogen, de aanstaande komst van de Sint
op een dreigende toon te berde gebracht.
Vaste prik was de komst van de heilige zelf. Hij was
gehuld in een rood kleed met in het midden de afdruk van
een asbak. En nu zegt u: ,,Dat heb je van Toon Hermans”.
Nee hoor, het was echt het kleed van onze
voorkamertafel. Dat ze bij Toon ook zoiets hadden, kan
ik niet helpen.
Zodra Sint binnentrad grauwde hij tegen Piet: ,,Wat sta
je daar te lummelen, in de hoek jij. Als ik je nodig
heb, roep ik wel”. Het moet een heerlijk moment voor
hem zijn geweest, want oom Joop, die was het, had weinig
bij zijn vrouw in te brengen en nam één keer per jaar
de gelegenheid waar haar onder uit de zak te geven.
Er was nooit meer dan
één cadeautje van eenvoudige aard. Ik herinner mij een
timmerdoos. Op de doos stond een uitsloverig hamerend
mannetje afgebeeld, maar ocharme, de inhoud: een pover
klein hamertje, een schaafje van miniscule omvang, een
paar velletjes schuurpapier en nog wat armoedig spul.
Maar ja mijn arme ouders deden wat ze konden; er was
eenvoudig geen geld voor meer.
Wel kregen we standaard
een grote chocoladeletter, een nog groter suikerbeest en
een heel grote speculaaspop. Ik herinner dat ik een keer
pas op Nieuwjaarsdag het restje van mijn chocoladeletter
op at. Dat is wat anders dan tegenwoordig. Nu zie je
scholieren die in een paar happen een letter wegwerken,
voor ze de lege doos op straat gooien.
Denkend aan Sinterklaas
schiet mij nog iets te binnen. Het bedrijf waar mijn
vader werkte bood alle medewerkers met hun kinderen op 5
december een groot feest aan. Alle kinderen mochten even
op het podium komen om uit mond en handen van de
bisschop een licht vermanend toespraakje en een
cadeautje in ontvangst te nemen.
Mijn vader die er altijd plezier in had mij voor gek te
laten staan, fluisterde mij in dat ik Sint moest vragen
hoe het met Franco gesteld was. Sints gezicht betrok.
Als een haas rende ik weg met mijn presentje, bang dat
hij het mij weer zou afnemen. Later vertelde mijn vader
me dat Sint gegromd had: ,,Geen politiek op mijn
verjaardag”.
Mijmerend ontdek ik dat
er veel sinterklaas in mijn jeugd zit. Nog één
herinnering en niet de mooiste.
Als jongens liepen wij in de Sinterklaastijd veel heen
en weer in de Zwart Janstraat in Rotterdam, voor mij de
gezelligste winkelstraat van de wereld. Vooral in dat
bepaalde jaargetijde. Toen ook die sfeer van opwinding
en verwachting.
De straat was prachtig versierd en op de etalages kwam
je nooit uitgekeken. En veel sinterklazen. Ik stelde
daar geen vragen over. Ik zag ze misschien als hulpen
van de enig echte of als reïncarnaties daarvan. Ik
stond er gewoon niet bij stil.
Onthutsend was wel dat wij plotseling halverwege de
straat twee Sinten in dreigende houding tegenover elkaar
zagen staan. Beide in een pover aandoende kledij en
beide in kennelijke staat. Plotseling grepen ze elkaar
beet en het duurde niet lang of ze lagen vechtend over
straat te rollen, hun ambtsgewaad besmeurend door de
smeltende sneeuwresten. Ze sloegen een taal uit waarvan
het Vaticaan zich grondig zou distantiëren. De oorzaak
van het handgemeen liet zich raden. Waarschijnlijk had
de een de grenzen van het te bearbeiden gebied van de
ander overschreden?
Ik was er dagen stil van. Maar tegenwoordig is Sint dus
alleen maar een in een roze wolk verkerende
kindervriend, van wie geen enkele dreiging uitgaat, die
niet beschonken is en geen straattaal uitslaat.
Dát waren andere tijden,
terug naar de onze
.
|
|
|
|
|
|
reageren? naar
het gastenboek of per
email |
|
|
|
19
november 2009 |
7e
jaargang – nummer 34 |
|
|
|
,,KAN HET U NIET SCHELEN DAT
WE VERGAAN?” (Marc.4:38)
,,Heer, U weet dat in
veel landen christenen tot het uitvaagsel van de
maatschappij horen. In een groot deel van de wereld zijn
uw kinderen opgejaagd wild. Vogelvrij. Maar bij ons in
Noord-Korea is misschien het droevigst.
Op z’n minst 50.000 christenen zitten in gruwelijke
concentratiekampen. Slaan ze hun ogen omhoog dan worden
ze geranseld. ,,Er is geen hemel dus je hoeft er ook
niet naar boven te kijken”.
Die strafkampen zijn zo vreselijk. De gevangenen krijgen
vrijwel niet te eten en moeten achttien tot twintig uur
per dag werken. Onbeschrijfelijke folteringen worden
toegepast. Het is gebeurd dat kampbewoners met gloeiend
hete olie overgoten werden. Kinderen mogen niet ter
wereld gebracht worden. Soms worden met pijnlijk gif
miskramen opgewekt. Het is gebeurd dat er toch een
kindje ter wereld kwam, dat werd door de kampbeulen
doodgeschopt.
Ik zal maar niet meer vertellen. Heer. Deze dingen
hebben míjn ogen gezien. Maar úw ogen hebben het toch
ook allemaal gezien. Wij vergaan. Dat ziet U toch. Kan U
dat niet schelen, Heer?
Heer, wij zijn uw kinderen. Uit uw hand voortgekomen. U
bent een God die mensen te hulp komt, die kan redden uit
de vreselijkste situaties. Uw Woord is er vol van. Maar
waarom anderen en ons niet? U weet toch van onze
knagende honger en dorst. U voelt toch onze pijn. U
hoort ons toch huilen. We vergaan en dat moet Ú toch
ook vreselijk vinden. Help ons toch!”
Noon ek Lee
Noon ek Lee bestaat niet.
Maar de genoemde feiten zijn allemaal aan de werkelijk-
heid ontleend. Laten we bidden om een wonder in
Noord-Korea. Een wonder van bevrijding.
Dit lezend en wetend
realiseer je je: wat hebben wij het toch ongelofelijk
goed. Thuis kunnen we in alle vrijheid bidden en
bijbellezen. We zijn nog nooit uit elkaar gejaagd en in
elkaar geslagen als we ’s zondags bij elkaar kwamen.
Onze voorganger is nog nooit ontvoerd (tot nu toe
tenminste niet). Christenzijn kost ons weinig, maar ach
die anderen…
Bid mee! Schrijf mee naar
vervolgde christenen! Informatie en schrijfadressen bij www.opendoors.nl
info@opendoors.nl
|
|
|
|
|
|
reageren? naar
het gastenboek of per
email |
|
|
|
12
november 2009 |
7e
jaargang – nummer 33 |
|
|
|
ISRAËL-LIEFHEBBER?
Dan mag u beslist niet
missen:
DOORWANDEL HET LAND,
verslag van een voettocht door Israël.Judith Galblum
Pex en haar man John nemen u in dit fascinerende boek
mee op hun voettocht over de National Trail in Israël.
Dit is een 960 kilometer lange wandelroute van de
Egyptische grens in het zuiden tot aan de Libanese grens
in het uiterste noorden. In deze 42 dagen durende reis
door het oogstrelende Israëlitische landschap, langs
Arabische dorpjes, bedoeïnenkampen en islamitische,
joodse, christelijke en druzische heiligdommen ontdekken
ze: plekken waar bijna geen toerist komt; lichamelijke
uitdagingen en geestelijke testen; culturele botsingen
en historische inzichten en lessen over vrede, geloof en
volharding.
Met 16 pagina’s kleurenfoto’s; ISBN
978-90-6318-2892, prijs € 18,90, uitg. Novapres
B.V. Hoenderloo.
HOE MIJN BEMINDE MIJN EX
WERD
(Mijn inzending naar
schrijfopdracht ,,Schrijf in de krant”, thema ,,Mijn
ex”” van Dagblad Trouw).
Gelukkig hoor ik niet
bij het leger der slapelozen. Een goede vriend van mij
maakt daar wel deel van uit. Bewogen hoor ik zijn
verdrietige relazen.
Toch, af en toe, verkeer ik in een toestand van
volstrekte slapeloosheid, een toestand van ongewone
helderheid. Dan blijft de slaap ver weg. En dan komt zij
altijd weer in mijn gedachten. En altijd blijft er een
vreemde mengeling van intens verdriet en diepe vreugde
over.
Wij konden geen dag zonder elkaar. Meestentijds was ik
’s avonds thuis, dan tilde ik haar op schoot en zaten
wij urenlang zwijgend bij elkaar.
Ik kreeg nooit genoeg van het kijken naar de grappige
wijze waarop zij haar neusje optrok. Die uren schenen
minuten. Onophoudelijk streelde ik haar terwijl zij zich
vol liefde tegen mij aandrukte. Liefkozend noemde ik
haar Flappie.
Er was sprake van opperste harmonie. Tot ja, tot de tijd
aanbrak dat zij zich vreemd ging gedragen, heel vreemd.
Ik wil haar nagedachtenis niet bezoedelen. Alleen dit:
met haar gedrag viel niet meer te leven. Een van haar
vreemdste neigingen – lang niet de ingrijpendste –
was het onklaar maken van allerlei bedradingen in huis,
wat pijnlijke problemen opleverde.
Er kwam een moment dat het niet langer kon. Over wat nu
volgt heb ik altijd gezwegen maar nu moet een gruwelijke
ontboezeming volgen.
Ik moest mij van haar ontdoen, hoe vreselijk ook. Ik
moest scheiden maar kón het niet. Tenslotte: ik moest
scheiden en toch niet abrupt met haar breken..
Het was eerste kerstdag van het jaar 2002. Toen heb ik
haar in mij opgenomen. Vraag niet hoe. Het was vreselijk
en verrukkelijk. Maar nooit zal ik haar vergeten, mijn
lieve Flappie, mijn dierbare konijn.
IETS TOTAAL ANDERS
Zoals altijd is ook het
nieuwste nummer van ,,de Oogst”, van de Stichting
,,Tot heil des volks” uit Amsterdam, interessant en
belangwekkend. Ieder nummer van dit
radicaal-christelijke blad is van belang. Maak kennis en
vraag een nummer aan: info@deoogst.nl
– website www.totheildesvolks.nl
|
|
|
|
|
|
reageren? naar
het gastenboek of per
email |
|
|
|
5
november 2009 |
7e
jaargang – nummer 32 |
|
|
|
INTERRESSANTE WEBSITES
http://god-blog.nl
– hier kun je gratis een weblog laten aanmaken die
gerelateerd is aan het geloof. Je krijgt een eigen
schrijfplein, 30 mb gratis upload ruimte, eigen unieke
weblognaam.
Hebt u de Sons of Korah
al psalm 117 Live All You Peoples All you Nations horen
zingen? Vlug naar www.sonsofkorah.nl
Het is nog vroeg in den ochtend
en nu al zit ik met een brok in mijn keel. Ik heb
zojuist geluisterd naar mijn achternichtje, de lyrische
sopraan Karlijn van Baardewijk. Via haar site www.karlijnvanbaardewijk.nl
kunt u bijvoorbeeld horen ,,O let me weep” van
Purcell. Wat een sterke stem.
www.grootnieuwsradio.nl
– 7 x 24 uur radio met Geloof, Hoop en Liefde.
Veel muziek, interviews, reportages, verslagen,
boekbesprekingen enzovoort, enzovoort. Bewonderswaardig
van die lui dat ze zoveel zinvolle programma’s bieden.
OPGEMERKT
Bijna de hele bankwereld
is in de ban van de ping.
KERKCAFÉ
Jezus redt
Jan met de pet
zei de dominee
tijdens het kerkcafé
en zonder heibel
lazen we uit de bijbel
na afloop de geest verlicht
tot nader orde gesticht
einde bericht
en het gelaat
naar de hemel gericht.
(dichter Janneman uit
,,Straat” nummer 312)
LEESADVIES
Wat kan ik u dít
aanraden:
DE DIKKE RIKKERT door
Rikkert Zuiderveld.
Liedsteksten * plezierdichten * sprookjes * sonnetten.
Wat een knappe dichter is
hij toch. Alleen jammer dat die kunstige en geestige
diergedichten ontbreken.
GELEZEN
,Ik en mijn muis – wij
zullen de Here dienen”.
,,Het tegenovergestelde van liefde is niet haat, maar
onverschilligheid”. (Elie Wiesel)
,,Stilte is de remedie tegen alle kwalen” (Talmoed)
,,Troost u, u zou Mij
niet zoeken als u Mij niet reeds had gevonden”.
(Pascal over het zoeken van de mens naar God)
.
|
|
|
|
|
|
reageren? naar
het gastenboek of per
email |
|
|
|
22
oktober 2009 |
7e
jaargang – nummer 31 |
|
|
|
KOEKENBAKKER MAARTEN ’T
HART
’t Moest niet zo zijn,
maar ’t is wel zo: nogal wat christenen hebben een
soort min- derwaardigheidsgevoel ten opzichte van
niet-christenen.
Met name op leesgebied. Bedoelde christenen denken dat
alleen ongelovigen goeie boeken kunnen schrijven. Dat
klopt van geen kant.
Als je regelmatig in de bibliotheek rondscharrelt kom je
boeken van hoog-literaire schrijvers tegen die zo
verdorven zijn dat er geen enkele uitnodiging tot lezen
van uitgaat en verder is er ook onder de niet-
christelijke literatuur gigantisch veel bagger en
onbenul.
Anderzijds verschijnen er regelmatig goede, christelijke
boeken, maar dat schijnt niet altijd door te dringen.
Aan het eind van deze aflevering noem ik wat van die
boeken.
Nu maar eens over DE
GROTE LITERAIRE SCHRIJVER MAARTEN ’T HART, die een
poosje geleden weer een magistraal werk afgescheiden
heeft, ,,Verlovingstijd”. Ik heb dit ongare product
van de koekenbakker/boekenkakker Maarten ’t Hart
gelezen. Het is af en toe best leuk je ‘es te ergeren.
Het schijnt ook niet slecht voor je hart te zijn.
We leven in een vreemd land. Er zijn recensenten van
naam (,,zéér bekwaam” om Wim Kan te citeren) die
,,Verlovingstijd” de hemel in geprezen hebben (wie het
vatten kan, vatte het). Hans Werkman die in het
,,Nederlands Dagblad” het boek gelukkig tot fijn
gehakt vermaalde begrijpt daar ook niets van.
’t Gaat over een jongen (de grote Maarten zelf,
tenminste, dat neem ik aan ) die voortdurend verliefd is
maar zich die vriendinnetjes laat aftroggelen door een
vriend. Wie laat dat nou zo stompzinnig over zich komen?
Enfin, dat gaat in eindeloze monotonie voort.
Zoals altijd is ook dit boek van ’t Hart doorspekt van
aftandse grapjes en gezochtheden.’t Hart zit er vol
mee als de bok van keutels.
’t Hart heeft het
christelijk geloof ver achter zich gelaten. Dat is iets
voor de aller- domsten. En dat wil hij weten ook. En
toch blijft hij het gereformeerde mannetje dat hij is en
altijd zal blijven, tot zijn dood toe. Het kleine en
benarde en kortzichtige dat je ook bij nog al wat
gereformeerden vindt (ik weet het, ik hoor er ook bij)
– je loopt er voortdurend tegenaan.
Het oubollige dat mijn goede vader had en met hem al
mijn gereformeerde ooms (ik spreek nu van vijftig,
zestig jaar geleden) dat zich uitte in grapjes, moppen
en raad- sels, kneutert je van vele, vele pagina’s bij
’t Hart tegen, nu in 2009. Met het air van ,,Nou ga ik
toch eens wat leuks vertellen”, tovert hij het ene na
het andere lolletje uit zijn gereformeerde hoge zije.
Wat ik ook heel frappant
vind dat zijn die smalende opmerkingen over zogenaamde
ongerijmdheden in de Bijbel (ik herinner ze me allemaal
van de gereformeerde knapenvereniging), u weet wel van
het genre: waar haalde Kaïn zijn vrouw vandaan? En: hoe
kan een ezel nou spreken?. Nou, denk ik dan, waarom zou
Maarten ’t Hart kunnen spreken en een andere
willekeurige ezel niet.
Ik herinner me vaag een voorbeeld uit het boek. De
hoofdpersoon betrapt een meisje op het lezen van de
Bijbel, natuurlijk is ze verdiept in een gedeelte waar
’t Hart al een heel leven op afgeeft. Hij wringt
altijd zo dat hij weer even kan katten.
Gezochte flauwiteiten, onwaarschijnlijke ontwikkelingen
enzovoort, enzovoort ,,Verlovingstijd” puilt er van
uit.
Eigenlijk vind ik ’t
Hart een sneue man. Als je eindeloos jezelf herhaalt en
erger: als je je hele kostbare leven besteedt aan
schoppen tegen het christelijke geloof, op een
benedenmaats niveau, aan smalen en aan smaden en
roddelen, aan zeuren en kankeren leidt je maar een
droefgeestig bestaan. Wat een armoe en platheid.
En altijd maar met dat vuistje tegen de hemel en boeken
als ,,Wie God verlaat heeft niets te vrezen”. Nou daar
zal hij achterkomen.
Maar hij is niet alleen een beetje zielig. Hij is ook
een bron van verleiding. Aan hoeveel scholieren werden
zijn boeken niet opgedrongen en hoevelen heeft ’t Hart
(sympathisant van nihilist Nietzsche) niet tot twijfel
en ongeloof gebracht. Wat een verkeerde en verwrongen
indruk van het geloof heeft hij zijn lezers opgedrongen.
En hoeveel christenouders wisten ervan en deden niets?
Prof. J. Kamphuis heeft een indringend boekje geschreven
,,Nietzsche in Nederland” waarin het o.a. gaat over
’t Hart. De haat tegen de levende God van Nietzsche is
ook de haat van Maarten ’t Hart.
Hoe kan het toch dat ’t
Hart de Bijbel leest en toch niet die uitnodigende armen
van God ziet?
Hoe kan het toch dat ’t Hart, ik noem maar wat, de
pastorale brieven leest en niet van zijn stuk raakt door
die verrukkelijke woorden van liefde en genade? Hoe kan
het toch dat ’t Hart niet overweldigd wordt door die
hartveroverende tekenen van Gods liefde en trouw?
Maar ook voor Maarten ’t Hart is er een uitweg uit het
slop van verwarring en opstand – dat hij de weg mag
vinden. Nu is er nog gelegenheid voor.
Hieronder zomaar wat
christelijke boeken. Het aantal titels is met vele te
vermeerderen:
Peter de Vries – Het lam
Pieter Nouwen – Het negende uur
Janne IJmker - Achtendertig nachten
Peter Callens – Besef van ooit
Guurtje Leguijt – Niemandsland
Mirjam van der Vegt – Schaduwvlucht.
|
|
|
|
|
|
reageren? naar
het gastenboek of per
email |
|
|
|
15
oktober 2009 |
7e
jaargang – nummer 30 |
|
|
|
PLEIDOOI
,,Here God, uw naam bent
Uzélf. Ónze namen zijn wíjzelf en die namen hebt U
geschreven in uw handen. Wij zitten U op de huid. Kijkt
U naar uw handen dan ziet U ons.
U bent zo innig aan ons gehecht dat U ons altijd voor
ogen wil hebben.
U moet er niet aan denken dat namen en mensen uit uw
hand vallen.
Daarom bezweert U ze met alle klem: ,,Kom tot Míj.
Buiten is er geen leven en geen toekomst”.
Want er is er een werkelijkheid waar U niet aanwezig kan
en wil zijn.
U begrijpt al waar ik heen wil. Ik herinner U aan mijn
vier jongere broers. Alle vier hebben ze U afgewezen. De
een half bewust en nonchalant. De ander bewust en
agressief.
We hebben met hen gepraat tot we geen woorden meer
hadden. Ons aanhoudende gebed bracht geen omkeer. En zo
kwam er een dof verdriet in ons leven.
We bleven pleiten voor hen. Red ze toch. Sléép ze
erbij. Hun namen zijn U toch bekend.
Twee zijn er al overleden zonder zich naar U toegekeerd
te hebben. Wat is hun toekomst? Die vraag maalt maar
door ons heen.
Ik herinner U aan wat er gebeurd is. Op veel te jonge
leeftijd maakten ze mee dat beide ouders na een slopende
ziekte op veel te jonge leeftijd overleden. De spanning
die ze doormaakten, de angst en de onrust… Niet te
verdragen voor kinderen.
Het leven moest voor hen nog beginnen en toen vielen de
wegwijzers al weg.
Ze werden liefderijk opgenomen door anderen. Maar na een
maand leden ze weer een verpletterend verlies: de
jongste, een meisje, kwam om.
Ik zie ze nog lopen op het kerkhof bij de laatste
begrafenis. De twee jongsten van de vier wáren al zo
klein, maar nu waren het mensjes , bijna tot niets
geworden.
Here God, zeg nou Zelf, dat is toch teveel voor
kinderen.
En bij het opgroeien werd ze vaak tekort gedaan. Ze zijn
beschadigd door goedbedoelde maar domme woorden en
gedragingen. Ze raakten ontredderd en stuurloos. En ze
dachten niet meer aan uw handen met hun namen.
Here God, als ze nu voor uw troon zullen staan, denkt u
dan alstublieft aan alles wat ze moesten meemaken en
treedt ze in uw grote wijsheid en liefde tegemoet, neem
ze in uw ontfermende handen. U bent toch een Váder, die
alles begrijpt.
Anoniem.
Uit ,,Opbouw" van 9
oktober j.l. - een najaarsspecial ,,Weg van God".
Artikelen, brieven, gedichten over opgroeiende kinderen
die de kerk verlaten hebben.U kunt dit waardevolle en
oriënterende nummer aanvragen bij administratie@opbouwonline.nl
of telefoon 0343 575027.

|
|
|
|
|
|
reageren? naar
het gastenboek of per
email |
|
|
|
8
oktober 2009 |
7e
jaargang – nummer 29 |
|
|
|
HEBT U OOIT GEHOORD
dat b.v. kraaien of
duiven ergens gaan zitten om langdurig naar andere
kraaien of duiven te kijken?
Ik denk het niet. Naar eigen soort kijken is typisch
iets voor mensen.
Zo zaten mijn vrouw en ik geruime tijd op een terrasje
om al koffiedrinkend andere mensen gade te slaan.
,,Ongelofelijk, hè, al die dikke mensen”. Ik had het
ook opgemerkt maar omdat we het er al eerder over gehad
hadden, begon ík er niet over. ,,Ik denk dat het
vandaag gewoon dikkemensendag is”, zei ik.
,,Nou dan is het zeker iedere dag dikkemensendag”,
schamperde ze..
,,Waar komt dat toch van?”. Ik antwoordde alleen: ,,In
de oorlog zag je ze niet. Ja, op het laatst, van de
hongeroedeem”.
,,We consumeren gewoon te veel”, zei ik verder met
opgeheven wijsvinger ,,Wat denk je, al die verjaardagen,
jubilea, familiefeestjes, barbecues kunnen toch niet
zonder gevolgen blijven?”.
Ik sprak uit ervaring.
Twee keer per jaar komen wij bijvoorbeeld bij een naast
familielid om haar en zijn verjaardag te vieren. Je bent
koud binnen of je wordt al overvallen met koffie en een
enorm stuk taart. Ik vroeg pas aan mijn vrouw: ,,Moeten
we hier eigenlijk niet apart voor bidden?”.
In de loop van de avond worden we geconfronteerd met
nootjes van allerlei soorten en maten, hapjes rauwkost,
toast met een variatie van visbeleg, toast met boursin,
zoute stengels, stukjes kaas en worst, komkommer.
Enfin, teveel om op te sommen.
Ook vloeien de bowl, de sapjes, de wijn, het pils en nog
wat sterkers overvloedig.
Aangezien ik een zwak karakter heb en moeilijk ,,nee”
kan zeggen is de gewoonte ontstaan dat mijn vrouw en nog
een naaststaand familielid mij na beëindiging van het
feestje de deur uit rollen.
Dikte komt gewoon van te veel eten. ,,Elk pondje gaat
door het mondje”.
Ja, maar dat is te kort door de bocht.
Ik
lag een keer in het ziekenhuis, op de
cardiologie-afdeling. Bij het raam, links als je de zaal
binnenkomt, en rechts van me lag een andere mannelijke
patiënt. Ik had op straat veel dikke buiken gezien,
maar de zijne overtrof alles. Zijn buik onttrok de naast
hem liggende patiënt volledig aan mijn belangstellende
blik.
De cardioloog komt bij hem en zegt: ,,Die pens moet eraf”.
(Ja, sorry, zó zei hij het). ,,Ja, dokter”, geeft de
man terug,” ik weet het maar,ik ben gescheiden en veel
alleen en u weet hoe dat gaat: ’s avonds bij de t.v.
stukje worst, stukje kaas, borreltje en het vliegt eraan”.
,,Weet ik”. Zei de arts begripvol, ,,verdrieteter,
maar toch moet-ie pens eraf”.
Ik bedoel: veel mensen proberen hun verdriet en hun
eenzaamheid weg te eten. Begrijpelijk maar het heeft dus
wel gevolgen. De specialist vertrok en merkte nog
korzelig op: ,,Veel mensen graven hun graf met hun eigen
tanden”.
Volgens mij moeten we
terug naar de soberheid van vroeger en zeker ook hopen
op vermindering van het leed dat eenzaamheid heet.
We moeten terug naar kariger verjaardagen, en feestjes
en recepties en we moeten nodig het aantal barbecues
terugbrengen tot hooguit twee per jaar. En dan, nou bij
elke leuke gelegenheid gewoon een mariakaakje en een
glaasje gazeuse. ’t Is niet anders. Dat zou pas
verstandig zijn maar evengoed moet ik er niet aan denken.
|
|
|
|
|
|
reageren? naar
het gastenboek of per
email |
|
|
|
24 september 2009 |
7e
jaargang – nummer 28 |
|
|
|
HERKENNING IN DE HEMEL?
Van Jacqueline van der
Waals las ik eens een opmerkelijk gedicht. Het heet
,,Moeder”.
Moeder naar wier liefde
mijn verlangen
Sinds mijn kinderjaren heeft geschreid,
Ach, hoe zult gij mij zo straks ontvangen
Na de lange scheidenstijd?
Zult gij me aanstonds als
uw kind begroeten,
Als ‘k ontwaken zal uit mijnen dood?
Zal ik nederknielen voor uw voeten
Met mijn hoofd in uwen schoot?...
Maar wat dan? Wat zult
gij tot mij zeggen,
Bij het ver gegons van de engelenschaar,
Als ge uw jonge, blanke hand zult leggen
Op dit oude, grijze haar?
Een loepzuiver gedicht,
al is de taal wat verouderd.
Toen de dichteres 13 was
verloor ze haar moeder. Wat heeft ze die moeder
verschrikkelijk gemist en wat heeft ze naar haar
verlangd met een schroeiend verlangen. Ze was misschien
54 toen ze dit vers schreef. Vlak voor haar overlijden.
U merkt: ze gaat er bijna als vanzelfsprekend van uit
dat er herkenning is in de hemel. Een vreemde
herkenning. En hoe zal het zijn met de
leeftijdsverschillen? Een ontmoeting van een oude
dochter met een jonge moeder.
De vraag komt op: hoe
zal dat zijn? Zien we elkaar in de toekomst? Herkénnen
we elkaar in de hemel of op de nieuwe aarde? Zal het zo
zijn dat we direct na ons sterven bij God thuiskomen, en
verbijsterd staan van de grote glorie die Hij uitstraalt?
Zou het ook zo zijn dat we onze oudste Broer, de Here
Jezus mogen aanspreken, bij voorbeeld?
En zullen we, van de
eerste verbazing bekomen, op onze geliefden afrennen?
O, wat willen we dat
graag. Elkaar zien, elkaar herkennen, elkaar omhelzen.
Eindelijk thuis en eindelijk weer samen. Maar staan we
dan afgezonderd van de anderen, als gezin, als familie.
Trekken we ons terug met ons eigen volkje?
Hoe zal het gaan? U en ik
weten het niet.
Wat we wel weten is dat
God gezegd heeft: ,,Het is niet goed dat de mens alleen
is”. Er zijn veel
mensen alleen en eenzaam, maar het is niet de bedoeling,
het is niet goed. Huwelijken,
relaties, gezinnen, vriendschappen zijn haast onmisbaar.
Mensen hebben mensen nodig. Ze kunnen niet zonder
elkaars warmte, nabijheid en hulp. Om in een je
bedreigende wereld staande te blijven, moet je een ander
in de buurt hebben om op te steunen.
Maar dat geldt voor nu, voor deze levenstijd.
God – met Hem mag je
omgaan als met een Vader, die je geen dag kan missen.
Maar nu is Hij nog buiten je gezichtsveld. Je gelooft
door alles heen dat Hij aanwezig is maar je ziet Hem
niet.
In de toekomst is dat
anders. We zullen Hem met eigen ogen zien, wij zijn bij
Hem thuis. Bij Hem die nu een ontoegankelijk licht
bewoont maar dan in het volle licht kom te staan, voor
hen die hun tot hun heil verwachten. We zullen elkaar
zien, allemaal, en we zullen elkaar herkennen, allemaal.
En dan zijn al die
bijzondere relaties van nu overbodig geworden. We zijn
elkaar allemaal even lief en we staan elkaar allemaal
even na. We kennen en herkennen elkaar dan ten volle. We
zien er naar uit.
|
|
|
|
|
|
reageren? naar
het gastenboek of per
email |
|
|
|
17 september 2009 |
7e
jaargang – nummer 27 |
|
|
|
TREURIG EN AANGRIJPEND
is altijd de dood van een
kind.
Hieronder twee gedichten
over het sterven van een kind, het eerste is van Jules
de Corte, het tweede van mezelf.
Nu is kleine Anita nooit
meer bang
Niet voor de grote honden van oom Jozef
Niet voor de ogen van vreemde mensen
En ook niet ’s nachts, al is het nog zo donker
En als het stormt vindt ze dat echt niet erg.
Kleine Anita is ook nooit
meer stout
En lastig met het wassen of het eten
Niet huilerig of plagerig of kattig
Broertje mag voortaan best met alles spelen
Ja, als hij wil zelfs met het poppenhuis
Kleine Anita is ook nooit
meer moe
En nooit zal zij meer pijn hoeven te lijden
En zeker niet zo erg meer als die middag
Toen ze haar stervend van de straat opraapten
Wat weer eens oponthoud gaf in het verkeer.
GESTORVEN KIND
Het maakt je zo verlegen
en zo radeloos:
Zo’ n dood, stil kind, het is er wel en niet,
Niemand kan zeggen wat je eigenlijk ziet,
het is niet meer van hier, zo klein en sprakeloos.
Als nu toch eens de
Heiland kwam en sprak,
en het, net als Jaïrus’ dochter, liet herleven,
en dat het kind, na haast onmerkbaar beven,
dan de ogen opsloeg en naar Hem de hand uitstak…
De Heiland komt; Die
alles nieuw zal maken,
zal ook dit kind voor eeuwig doen ontwaken.
KLEINE VLINDER
Over de dood van een
13-jarig meisje schreef ik het boekje ,,Kleine vlinder”.
De vijftigjarige Annemarie van Galen schrijft een
fictieve brief aan Elsje van Gorcum, die als kind omkwam
in het verkeer.
Toen dat gebeurde waren zij beide dertien jaar.
Annemarie heeft al die jaren getreurd om de dood van
haar ,,hartsvriendinnetje” aan wie zij geen enkele
tastbare herinnering mocht bewaren.
|
|
|
|
|
|
reageren? naar
het gastenboek of per
email |
|
|
|
10 september 2009 |
7e
jaargang – nummer 26 |
|
|
|
HET CHRISTENDOM IS ZO GEK
NOG NIET
Pas in onze buurt, 's
avonds laat, een paar jonge meiden, gillend en
schreeuwend en te dronken om verder naar huis te lopen.
Agressief geweld op plaatsen waar veel mensen samen zijn
tegen hulpverleners, politie en ordebewaarders.
Zo' n vreselijke Paul de Leeuw die op Goede
Vrijdag-avond voor het journaal van acht uur z' n
publiek animeert met de belofte van een spetterende
avond en grijnzend uitkraamt: ,,Laat Jezus' maar lekker
hangen."
Zomaar een paar dingen.
Al heb je nog zo' n hekel aan lamenteren en misstanden
aan de orde stellen, 't is niet anders: we leven in een
wereld met ontkerstende normen en waarden, met een
ontkerstende manier van omgaan met de dingen, met een
ontkerstend taalgebruik en nog meer. Een wereld die soms
beangstigend overkomt.
Je gaat neigen tot de gedachte: we moeten er maar het
zwijgen toedoen met de gedachte aan dat Bijbelwoord:
,,Daarom zwijgt de verstandige in die tijd want het is
een boze tijd." (Amos 5:13).
Ja,
wacht even, zwijgen is toch eigenlijk het laatste dat we
doen moeten. En in onze schulp kruipen ook.
Die bij ons is sterker dan die bij de anderen is. En we
mogen ons voeden met een overstelpend rijk Evangelie en
nu al zijn we meer dan overwinnaars.
En als we geïmponeerd zijn door die overweldigende
wereld en het enorme wetenschappelijk kunnen dan moeten
we b.v. eens het boek van D'Souza ,,Het christendom is
zo gek nog niet" (Nieuw Amsterdam Uitgevers) lezen.
U mag weten: ik ben er helemaal ondersteboven van. Het
is een fascinerend boek dat de leegheid en de onmacht
van het atheïsme en het ongeloof aan de kaak stelt
en je overtuigt van de glorie van het christendom.
M.n. studerende jongeren: lees dit boek en je kunt de
wereld aan. Heb je ook last van een beetje een
christelijk minderwaardigheidsgevoel, dit boek helpt je
er vanaf.
De uitgever meldt over
dit boek: ,,Kan een intelligent, goed opgeleid mens
werkelijk geloven wat de Bijbel zegt? Of hebben
atheïsten het bij het rechte eind? Is het christendom
door de wetenschap weerlegd, met zijn heilzame
pretenties voor joker gezet en als morele gids in
discrediet gebracht?
Dinesh D'Souza benadert het christendom met een
sceptische blik, maar geeft sceptici van hetzelfde laken
een pak. Het resultaat is een boek dat vraagtekens zet
bij de ideeën van twijfelaars en gelovigen, maar er
geen twijfel over laat bestaan dat het christendom,
alles welbeschouwd, zo gek nog niet is. Verhelderend,
uitdagend, prikkelend, controversieel".
|
|
|
|
|
|
reageren? naar
het gastenboek of per
email |
|
|
|
3 september 2009 |
7e
jaargang – nummer 25 |
|
|
KORT DOOR DE
BOCHT
- Toenemende
christenvervolging overal – ons lichaam
gaat steeds meer pijn doen.
- Een dag
zonder gebed voor de vervolgde kerk is een
dag niet geleefd.
- In een
wachtkamer bladerend in allerlei bladen zie
ik maar één conclusie: zo blijven dan sex,
rijkdom en roem, maar de meeste van deze is
de sex.
- De wereld
lijkt steeds meer op een anorexiapatient:
hongerend terwijl er Brood onder handbereik
is.
- Als
gelovigen lijken we steeds meer op kinderen
die allemaal tegelijk bij Vader
op schoot
willen zitten.
- Als je niet
van God bent, van wie ben je dan?
- Dat zoiets
groots als het christelijk geloof soms zo
klein beleefd kan worden…
- Als kind
dacht ik dat de Here God ook
gereformeerd-vrijgemaakt was.
- De duivel
is zo slim, hij kiest elke keer een andere
schutkleur en dan tuinen we er weer in.
- Als de kerk
je moeder is, gedraag je je toch niet als
een kostganger.
- Mensen
liggen soms begraven naast het plantje dat
hun leven had kunnen redden.
- Wat heeft
moeder aarde allemaal niet van ons moeten
slikken?
- God kan ook
zijn spierballen laten zien.
- We lijken
wel vaak zo aardig maar als God een boekje
over ons opendeed…
- Na
jarenlange omgang ga je steeds meer op je
computer lijken.
|
|
|
|
|
|
|
reageren? naar
het gastenboek of per
email |
|
|
|
27 augustus 2009 |
7e
jaargang – nummer 24 |
|
|
|
Hij was
verbijsterd. En dat is niet teveel gezegd.
,,Hij”
was een overigens beste vent, maar hij sprak altíjd en
luisterde nóóit.
Over welk onderwerp ook, hij praatte aan één
stuk door, begaf zich voortdurend op zijwegen waarop hij
meermalen verdwaalde, en wat jíj opmerkte drong nooit
tot hem door.
Tot ik er een keer genoeg van had. Hij zei iets,
ik haakte er op in en bleef constant doorpraten, ïn
één lange dreun dwars door zijn woorden heen en stopte
pas toen hij me met stomme verbazing aankeek. Ik zei
tegen hem: ,,Weet je wel dat
jij nóóit luistert naar een ander?”
,,Is dat zo?”, vroeg hij.
Hij had het niet eens in de gaten. Hij sloot zich gewoon
af.
Dit is
natuurlijk wel
extreem, maar het valt me voortdurend op
hoeveel mensen praten terwijl ze niet naar elkaar
luisteren. Ik heb er zelf ook nog al eens moeite mee.
Sommige mensen doen wel alsof ze je horen maar eigenlijk
zijn ze al lang bezig een reactie te bedenken of heel
ergens anders met hun gedachten.
Ik denk wel eens: als God net zo slecht luisterde naar
ons als wij naar elkaar dan zou het voor ons niet best
zijn.
Wat ís dit toch? Zijn we zo vervuld van onszelf dat we
een ander helemaal niet toelaten? Vinden
we onze visie en onze woorden de enig denkbare?
Of zijn we bang ons teveel te belasten met de woorden en
gedachten van een ander? Zitten we zo vol met wat óns
bezighoudt aan indrukken en gevoelens dat er voor een
ander geen plaats is? Lopen we zo
niet het gevaar eenlingen te worden met muren om ons
hart? Helemaal alleen op een eilandje met onze eigen
gedachten en gevoelens. Eenzaam en ontoegankelijk.
Je wil wel contact maar het
lukt maar niet: écht
luisteren en bij een ander stuit je op hetzelfde.
Veel mensen lijken eilanden, of schepen die in de nacht
elkaar passeren. Veel mensen zijn digitale eenzamen.
Ik denk
even aan Karst T., de dader
van de aanslag op Koninginnedag. We weten weinig van hem
maar misschien was hij ook zo iemand,
eenzaam
met gedachten en gevoelens die helemaal een eigen weg
gingen. Met boosheid en frustraties. Geïsoleerd. In het
tv-programma ,,Rondom
tien” waren teveel mensen die zich het gedrag van Karst
T. konden voorstellen. Gefrusteerde,
bittere, boze, Nederlanders. ,,Ik
ben eenzaam en wanhopig” zei een vrouw. Een ander:
,,Ik herken mezelf in de
figuur van Karst T, ik begon
ook moordplannen te ontwikkelen”, zei een ander. Wat
verontrustend dat die verschrikkelijke daad zo goed
begrepen wordt.
We praten veel. Op straat en in openbare ruimten: je
bent voortdurend hoorder van het gepraat van anderen.
Van b.v. die mobielkwekkers
die nooit ophouden.
Ik kom
hierop omdat ik pas een gesprek had met iemand wiens
taak het is om te luisteren.
Ik had opgemerkt dat je soms een bron aanboort. Er is
het gewone gekwebbel en heen-en-weer gepraat over
onbelangrijke dingen en ineens doorbreek je dat door als
met een kogel een heel persoonlijke vraag af te vuren.
De ander valt getroffen stil en reageert dan verrast met
een reactie die laat zien dat je raak geschoten hebt. En
die ander gaat verder en je merkt hoe graag hij praat
over meer dan het gewone, over wat écht belangrijk is.
Mijn gesprekspartner reageerde heel verrast. ,,Dat
moeten we veel meer doen. Je hebt geen idee hoeveel
mensen ik in mijn praktijk tegenkom die hunkeren naar
een echt gesprek, die echt aangeraakt willen worden. Er
zijn zoveel mensen in zichzelf opgesloten die verlangen
wérkelijk in contact te komen met een ander”.
Op míjn beurt was ik geroerd. Het is toch zo dat we
wonderlijk geschapen zijn met de mogelijkheid gevoelens
en gedachten te hebben. Dat we de geweldige gave
gekregen hebben van de communicatie. Het is toch
fantastisch dat ik de mogelijkheid heb woorden uit te
spreken, bij voorbeeld op dit moment, die door een ander
verstáán worden. Communicatie is een
brug van mensen naar elkaar. We hebben de mogelijkheid
gevoelens delen, een ander te bereiken, maar dan moeten
we dat ook dóen.
Laten
we elkaar opwekken minder te praten en meer te
luisteren. Te luisteren naar mensen die ernaar hunkeren echt
gehóórd te
worden en begrip te ontvangen. Laten we
proberen als christenen mensen ,,uit
hun isolement te trekken”. (De Oogst mei 2009) Mensen
die zoeken naar een oor en een hand . Praten, luisteren
helpen, daartoe heeft God ons geroepen!
,,Hij maakt ons één, bracht ons tesamen”
zingen we toch. En wanneer God zijn hart wijd opent voor
ons, moeten wij het ook voor anderen proberen.
(Uitgesproken
in EO’s Zaterdagavonduur 15.8.09)
|
|
|
|
|
|
reageren? naar
het gastenboek of per
email |
|
|
|
20 augustus 2009 |
7e
jaargang – nummer 23 |
|
|
|
IN
HET ALGEMEEN
ben ik er niet voor om u
inkijkjes in mijn privéleven.voor te schotelen. Die
zullen u weinig boeien.
Maar vandaag graag een uitzondering.
Mijn vrouw en ik waren
als kinderen en opgroeiende jongeren vertrouwd met het
verschijnsel: zingen rond het orgel. Bij ons beiden
stond thuis zo’n instrument dat we met de spotzucht de
jeugd eigen betitelden als ,,psalmenkist”,
,,cirkelzaag des geloofs” of ,,hijgend hert”.
Wat zongen we? Vraag
liever: wat zongen we niet? Uit de bundel van Johannes
de Heer, uit ,,Glorieklokken”, uit ,,Stemmen des Heils”
,, uit ,,En nu allemaal”, enzovoort. Maar evengoed
ontliepen we een anders geörienteerde verzameling als
,,Kun je nog zingen, zing dan mee”.
Na ,,Een jongeling wandelde in d’ avondstond” uit
Johannes de Heer was het wel eens verkwikkend om uit
volle borst ,,Ferme jongens, stoere knapen” ( (,,Flink
uit de borst en niet te gauw”, geeft de dichter aan),
te zingen.
Het onderstaande is een
recente foto van mijn vrouw en mij, terwijl we ,,De
heilige stad” van Adams zingen en spelen.
We hopen deze geheiligde stonden nog vele malen te
beleven, maar of dit zal gebeuren? Mijn vrouw is dermate
bijziende geworden dat ook muzieklezen steeds moeizamer
wordt.

(Afbeelding
van een schilderij van Marius van Dokkum, is getiteld:
Zoals de ouden zongen en komt voor op een kaart,
uitgegeven door Art Revisited.com).
|
|
|
|
|
|
reageren? naar
het gastenboek of per
email |
|
|
|
12 augustus 2009 |
7e
jaargang – nummer 22 |
|
|
|
WEDEROM
twee
ernstige gedichten
KOUVATTEN
Laatst
kreeg ik bij tien graden vorst
Een kauw op mijn doorlucht’ge borst –
Toen ik hem vroeg naar hoe en wat
Bleek deze kauw ook nog gevat.
Hij
zei: ,,Mijn pa is jong getrouwd
En heeft mij alles voorgekauwd –
Maar ’ t meest heb ik toch gehad
Toen ‘k zelf eens heb een kauw gevat!”
(Donkey
Shot)
ROKEN
Krook
niet
maar mijn vriend Piet
Is in roken zeer bedreven,
tis zijn lust en leven.
Koop
dat ’t mij is gegeven
gezond en lang te leven.
Maar o wee…
Krook wel met Pieter mee.
(Claudius
C. Bruno)
|
|
|
|
|
|
reageren? naar
het gastenboek of per
email |
|
|
|
30 juli 2009 |
7e
jaargang – nummer 21 |
|
|
|
TWEE ERNSTIGE GEDICHTEN
DENKEND AAN HOLLAND
Denkend aan Holland
zie ik veel dooie pieren
traag door hun vlakke leven gaan,
zappend en happend
in talloze bieren
zichzelf naar ’t verveelde leven staan,
en altijd bezig
met tijdelijke dingen
wordt de stem van de Schepper
noch gehoord, noch verstaan.
IN HET
BEDDENMAGAZIJN
Terwijl wij
op de nota wachten,
bekruipt m’ een weemoedige gedachte.
’t Matras is dan wel aardig duur
maar ’t heeft een lange levensduur
(zoals ons is geprofeteerd
en de praktijk wel heeft geleerd).
Hoe lang
nog is ’t leven ons beschoren?
Dát krijg je van geen mens te horen.
Wandelen wij nog tien jaar mee,
dan zijn we zeker zeer tevree.
Dus kochten wij, een vreemd idee,
een sterfbed voor ons alletwee.
|
|
|
|
|
|
reageren? naar
het gastenboek of per
email |
|
|
|
Archief |
|
Alle afleveringen van de
Weblog van Kees van Baardewijk in
het archief.
|
|
|
naar
top
|
|
|
|
|
|