|
IK KEN MENSEN DIE IEDERE AVOND WOORDEN
HEBBEN
Ik zei een keer: ,,Je kunt toch
wel eens iets anders doen." Maar nee, ze vinden scrabbelen
het leukst. ,,We komen vaak op de mooiste woorden", zeggen
ze.
Ja, als je op mooie woorden komt, dan moet je ze pakken. Dat is
nogal logisch.
Er daveren zóveel andere woorden om je heen en je oren in.
Lelijke en rare, harde, verwarrende en kwetsende. Er is zoveel
gedegenereerde- en kromtaal.
Maar gelukkig liggen mooie woorden soms ook binnen handbereik.
Welluidende en veelzeggende. Jammer genoeg te weinig. Het blijft
teleurstellend dat er voor de treffendste gedachten, de
ontroerendste belevenissen, de diepste en schokkendste
ervaringen geen woorden zijn. In een moedeloos versje schreef ik
eens: ,,Het belangrijkste heeft geen woord."
Het bovenstaande had ik nodig om iets te vertellen. Maar
eigenlijk is er geen beginnen aan als je niet meer dan over een
woordenarmoedje beschikt.
Met een reisgezelschap voeren mijn vrouw en ik een keer over het
eindeloze water, weg van Venetië. Beneden zat een gezelschap
Italianen. Gewoon wat te praten en te drinken. Plotseling ging
er een staan en begon te zingen. Geen Italiaanse versie van
,,Dat gaat naar Den Bosch toe" of ,,Geen woorden maar
daden"… Welluidende operaklanken waren het. En hij zong
niet, hij actéérde, met exacte expressie en grote gebaren.
Niet zo dat je zei: ,,Wel aardig", nee, het was
verbijsterende mooi, zo mooi dat het rilde over je rug en het
brokte in je keel. Het duurde maar even of anderen vielen hem
bij. Mannen en vrouwen voerden spontaan een opera uit. Zonder
overleg van ,,Wat zullen we eens zingen?" en ,,Wie doet
wat?", welnee. Ze zongen voor het Italiaanse vaderland weg
met een passie en een overgave…ik hoor het nog.
Wat zegt u? U hoort niks. Ik was er al bang voor. Ik heb geen
woorden om weer te geven wat ik hoorde.
Enfin, een van ons stelde voor: ,,Laten we ook wat doen."
Na rijp beraad besloten we tot ,,In een blauw geruite kiel"
en ,,Hoog op de gele wagen" en dergelijke. De Italianen
applaudiseerden. Wat moesten ze anders. Maar wat klonk het iel
en schaamachtig in vergelijking.
Ik heb nog iets te vertellen dat niet te vertellen is.
Kortgeleden liepen mijn vrouw en ik een perron op. We bleven
staan. Het was net of we niet verder konden. Wat hoorden we
toch? Een muzikaal klantenbindingsgebaar van NS? Nee, er stonden
drie meisjes van een jaar of dertien, met de hoofden dicht bij
elkaar, alsof ze op een eilandje stonden. En ze zongen,
driestemmig. Zongen? Ze brachten geluiden voort, zo zuiver, zo
eenstemmig, zo aangrijpend mooi… In één keer kreeg de dag
een ander gezicht. Ik vroeg in een korte pauze met een rare
stem, vol resten brok: ,,Zitten jullie op een koor?" ,,Ja,
met dertig meisjes?" ,,En wat zingen jullie?" ,,Alleen
klassiek, van Poulenc en …" Ze noemde nog een paar
moeilijke jongens die ik vergeten ben. ,,Fijn", zei ik een
beetje onnozel. Ze hoorden het al niet meer. Driestemmig hadden
ze een ander lied ingezet. Het was weergaloos mooi… Maar ja,
wat hebt ú eraan? Wat ik hoorde, hoort u niet.
Taal is mooi maar het is nog lang niet wat het wezen moet en
worden gaat.
|
|