|
DE PEN ALS LOTGENOOT - IN DE PEN
,,Joh, wat heb jíj? Je loopt de
hele tijd te zingen en te fluiten! Zo kèn ik je niet."
,,Dat zal ik je gauw vertellen: ik ga lekker naar het ziekenhuis
voor een dotterbehandeling".
Een dergelijke dialoog zul je niet gauw opvangen.
Toch kun je je met een zekere opluchting in het ambulancebedje
schurken. ,,Hè, hè,'t is zo ver. Als het dan tóch moet…"
Ik zong niet en floot evenmin. Wel had ik, letterlijk en
figuurlijk, een beklemd gemoed, een onrustig gevoel en niet weg
te dringen herinneringen. Het dotteren van de rechter krans-
slagader, een paar jaar ervoor, was goed verlopen, daar
niet van. Maar wel was toen m'n bloeddruk dermate gedaald dat
ik weggezakt was, heel diep. Zorgzame, attente artsen brachten
me weer op de been. Maar wat ik wel overhield was een gevoel van
verslagenheid omdat je zo kwetsbaar gebleken was en soms geen
macht meer over de dingen hebt.
Hoe zou het nu gaan?
Ik lag opnieuw op de behandeltafel zoals ik indertijd uit de
moederschoot was voortgekomen (had het dus bitter koud) en werd omringd door
een vijftal montere en goed geklede medici en verpleegkundigen.
De chef van het geheel verzekerde mij van een goed zicht op de
monitor en had zeker met succes geoefend op een geruststellende
praattoon maar op mij miste dat z'n uitwerking ten enenmale.
Er waren een drietal vernauwingen door de cardioloog in mijn
woonplaats opgemerkt en talentvol op papier uitgetekend. Geen
ernstige, zo van 40, 50%. ,,Matig ernstige stenosen", in
het medisch.
Maar voor dat ze die te lijf gingen werd er een FFR-meting
verricht (een bloedstroomonder- zoek.)
Ik kreeg een medicijntje toegediend ,,daarvan wordt u even heel
misselijk." Dat klopte precies. Wat niet klopte was dat het
onderzoek niet naar verwachting verliep. Het moest twee keer
herhaald worden. Drie keer kotsmisselijk.
Ik weet niet hoe het kwam maar m'n onzekerheid en onrust werden
versterk en vermeerderd met enige paniek en neiging tot
huilerigheid. Het gebied kwam verder in beeld, de catheter werd
ingebracht en naar de plaatsen des onheils geleid. De aanblik
leverde verbazing op. ,,Kijk", zei de aanvoerder, "het zijn geen drie vernauwingen, man, 't is een hele
kralenketting van vernauwingen."
Boven m'n hoofd ontstond onrust, overleg en geredekavel. En de
sfeer werd gespannen. Nu waren we allemaal een beetje
zenuwachtig.
Toen gebeurde iets waar je totaal niet op rekent en wat gelukkig
ook maar zelden voorkomt. Bij de dilatatie ontstond, door de broosheid van de vaten? een scheurtje in het
wandje van een bloedvat en dat klapte dicht. De punt van de
catheter had de wand beschadigd. Toen besloot het team tot het
plaatsen van een stent. Weer een tegenvaller: die was niet op de
juiste plaats te krijgen vanwege de beschadiging. Een paar
kleinere stents dan… ook dat ging fout, de draad veerde terug.
Boven mijn hoofd werd overlegd over spoedchirurgie. Dat stuitte
op bezwaren, gezien de situatie van het gebied.Toen kreeg ik
langzamerhand neigingen om mijn moeder te gaan roepen (ondanks
m' n gevorderde leeftijd). Tenslotte besloot tot het team tot
afronding en verder af te wachten wat gebeuren zou. Tegen mij
werd gezegd dat er niets aan de hand zou zijn als er binnen een
kwartier of zo geen pijn zou optreden. In het andere geval zou
zich een infarct ontwikkelen. Het werd het andere geval.
Dat werd verteld door de verpleegkundigen. De medici hadden met
gezwinde pas de ruimte verlaten, liepen heftig discussiërend de
gang op en joegen mijn vrouw, die daar op een bank zat te
wachten, de stuipen op het lijf, waarmee ze even later de zaal
binnengelaten werd. ,,Is er iets misgegaan? Wat is er
gebeurd?"
Een verpleegkundige merkte op: ,,Het dotteren is niet goed
gegaan. Hij schoot tijdens de behandeling in een infarct."
Het werd allemaal niet erg duidelijk. Was er een fout gemaakt
of een verkeerde inschatting? Lag de oorzaak in de broosheid van
de vaten? Was het een ernstig infarct (zoals de een later zei),
viel het mee en was de schade beperkt (een ander)?
Keren we nog even terug naar de behandelruimte. Mijn vrouw
hoorde dat het misgegaan was en dat het bezig was nog meer mis
te gaan. Maar gelukkig was ze dichtbij. Ik voelde een
verscheurende pijn die een aantal uren aanhield en steeds meer
verergerde. Een maximale hoeveelheid morfine zal best invloed
gehad hebben maar ik merkte het niet. Dat pijn zo helftig en
verlammend kan zijn…
Ik heb me zelden zo bedreigd en angstig gevoeld. Misschien zegt
u: ,,Er gebeuren erger dingen." Daar twijfel ik niet aan.
Maar ja, ik lag daar. Waar zou dit op uitlopen? Hoeveel pijn kan
een mens verdragen? Misschien ging ik wel dood en daar had ik
totaal niet op gerekend.
Ik beleefde een vreselijke avond en nacht. Ik voelde me ellendig
en doodziek. Bovendien kreeg een patiënt links van mij heel
hoorbaar een hartaanval, een eindje verderop aan de rechterkant
overleed iemand. Een grote pleister op de wond was de
vriendelijke en maximale zorg door verpleegkundigen en
verschillende specialisten en niet in het minst dat mijn vrouw
en inmiddels gearriveerde dochter mochten blijven en in het
ziekenhuis konden overnachten.
Er volgden nog een paar dagen die ik niet makkelijk vergeet met
een grote mix van gevoelens. Onzekerheid: zou er schade
opgelopen zijn en van welke omvang? Boosheid die ook direct
getemperd werd: was er sprake van onzorvuldig medisch handelen
of had mijn eigen lichaam de problemen opgeroepen? Dankbaarheid.
Niet een soort ongericht gevoel, nee een welomschreven
dankbaarheid tegenover mijn Schepper die zijn schepping het
leven liet. Emoties bleven. Er waren ontwikkelingen geweest die
ik niet voorzien had. Blijkbaar kon dat zomaar gebeuren dat je
lichaam totaal anders reageerde dan je stilzwijgend verwachtte.
Blijkbaar kon de grens van je leven zomaar in zicht komen.
Buitengewoon storend was dat ik door de emoties en de
spanningen? zomaar incontinent werd. In één keer werd me iets
duidelijk van de gevoelens van onmacht en schaamte van ouderen
die dit overkomt.
Ik knapte op, gelukkig. Veel schade bleek er niet te zijn. Bij
onderzoek bleek dat het lichaam zichzelf tot op grote hoogte
gerepareerd had. Ook dat was een bijzondere ervaring, dat zoiets
kon. Maar opnieuw was me duidelijk geworden dat je bestaan
kwetsbaar en bedreigd is.
In het ziekenhuis kortte ik wat tijd met het schrijven van een
,,gedicht" waarmee ik wil eindigen.
HARTOP
Heb het hart eens
dat er niet 100% voor gaat,
slaan, bonzen, pompen -
helemaal klopt het niet.
Het laat zich gelden, maar
met vertraging, stiptheidsacties enzo.
Dokter stuurt, met de stroom mee,
verkennertje naar boven.
't Gluurt in boezems, kamers, aders,
rept zich van klep naar klep,
en brengt, hart op de tong, rapport uit:
WEGVERSMALLING VOOR 90% IN BOCHT RKSL.
Dan is het niet ver
naar intensive care.
Daar houden ze je hart vast
en onafgebroken in het oog,
laten oren er naar hangen,
steken er een riem onder.
Hartelijkheid alom:
klik je dan is er direct een po
of een bo
terham, met beleg naar keus.
Ze verwijden aders, verdunnen bloed,
serveren hapjes adalat, ascal, lipitor en ook
monocedocard, omeprazol en, niet te vergeten,
plavis en selokeen
en wat de medicijnpot verder schaft.
En dan fijn, dat het kan,
maar toch met chagrijn
naar Zwolle of Nieuwegein.
Wacht even, thans volgt een mededeling:
FILEVORMING, ER ZIJN NOG 10 BEDDEN VOOR JE!
Sluipwegen, vergeet het maar,
ja wel als je eenmaal op tafel ligt en
loodgieters en bruggenbouwers
hun hart aan jou ophalen.
Of, wat ook kan:
ze laten, of het om een feestje gaat,
een ballonnetje op.
Alles in orde, dan zo hard mogelijk naar huis, want
ZOALS HET HART THUIS TIKT,
TIKT HET NERGENS.
|
|