| AVONTUUR OP KRETA
Dat Kreta een hartveroverend
eiland is met een grote verscheidenheid aan indrukwekkend
natuurschoon, opgegraven verleden, vriendelijke bewoners en
hedendaagse prijzen is bekend.
Maar hoe is het om daar in een ziekenhuis te verblijven?
Op reis met een gezelschap in
een bus, overviel mij enig lichamelijk ongerief dat zich een
beetje onrustbarend liet aanzien. Ziekenhuisopname leek
gewenst. Een aan de afdeling Zeer Antieke Voertuigen van een
plaatselijk museum ontfutselde ambulance was, naar
Kretenzische begrippen, onverwacht snel ter plekke. Dankzij de
schoktherapie via houten, of in ieder geval keiharde, banden
kwam de wereld mij weer wat bekender voor.
In het ziekenhuis bleek communicatie vrijwel niet mogelijk. De
cardiologe sprak geen Engels en ik geen Grieks. Gelukkig
bediende een verpleegkundige, met een omvang zoals ik nooit
eerder gezien had, zich van enig Duits.
Goede wil was er voldoende. Ik meende twee soorten
verpleegkundigen te mogen onderscheiden: één waarschijnlijk
gerecruteerd uit een onlangs ontdekt bergvolk - ruig maar
goedmoedig - en één die gelijkenis vertoonde met het ons
vertrouwde genre. Maar toch weer anders.
ZIEKENKAMER
De ziekenkamer waar ik binnengeschoven werd, telde vier bedden
en één overdag- en nachtkastje. De wanden zagen hunkerend
uit naar een schilder of behanger. Op een der muren hing een
icoon van een heilige die in zichzelf gekeerd van mij afkeek.
Vier manshoge zuurstofflessen oogden op het eerste gezicht als
schietklare projectielen.
Er was één afwerend urinaal met rafelige rand. Een waterfles
waarvan de hals op ruwe wijze verwijderd was. ,,Mijn"
verblijf mondde uit op een balkon waar zich een wirwar bevond
van patiënten, onmisbare hulp biedende familieleden en veel
achteloos weggeworpen afval van bonte samenstelling.
Wie hoorden nog meer op deze kamer? Behalve ikzelf was er in
ieder geval één geordende patiënt. Maar midden in de nacht
wakker wordend en zoekend naar de uitnodigende fles zag ik op
één der vacante bedden een volledig gekleed persoon liggen.
Een overblijvende arts? Een binnengeslopen zwerver?
De toiletten waren zonder gedoe van deuren vrij toegankelijk
(,,deuren…", zal de bouwheer gedacht hebben, ,,allemaal
malligheid."
LUIDRUCHTIG
De communicatie tussen de verpleegkundigen was ongedwongen.
Wanneer zuster Serafien medelingen had voor zuster Maria,
vijftig meter verder, liet zij die onbekommerd over de gangen
schallen. Een luidruchtig volkje. Mijn kamergenoot kreeg om
tien uur 's avonds nog een bezoeker (,,wil het bezoek afscheid
nemen?", was er niet bij), een bezoeker met wie - in mijn
beleving - een handgemeen dreigde. Geschreeuw en gestamp. Dit
bleek echter bij de kenmerken van een hartelijk gesprek te
horen.
De medische zorg scheen redelijk te zijn. Er was ook een
zekere kiesheid die elders wel eens pijnlijk schijnt te
ontbreken. In een ander ziekenhuis op Kreta, werd mij verteld,
kan men op de gangen vrolijk koutende chirurgen tegenkomen met
bebloede voorschoten. Maar ook hier waren medische missers. Ik
ontving een prik met een niet steriel verpakte naald, die
voordat hij in mij werd gejast, op de grond (waarvan het niet
raadzaam was te eten) gevallen was.
Gaat u overigens rustig naar
Kreta (het is een prachtig eiland, zie boven). Aan de medische
wereld is het een en ander vertimmerd, hoorde ik.
|
|