| WIE WAS JOACHIM
PRENTSNIJDER?
Pas vroeg ik aan Annie (mijn
vrouw): ,,Hoe lang wonen we nou langzamerhand al hier in de
Prentsnijdershorst?,,Nou, bijna vijftien jaar. Je was er
trouwens bij toen we verhuisden." Vijftien jaar…
Vijftien jaar… En nog nooit had ik uitgezocht waar die
straatnaam vandaan kwam en wat die Prentsnijder voor een kerel
geweest is.
Ik ging aan de studie en ontdekte dat de naamgever niet alleen
zo heette maar ook prentsnijder van beroep was.. Joachim
Prentsnijder leefde in deze omgeving van 1810 - 1873. Het heel
bijzondere van Joachim is geweest dat zijn kunstenaarschap
niet geleden heeft onder de ramp (zie hieronder) die hem
overkwam. Prentsnijder heeft hard gewerkt, uitzonderlijk hard,
zoals tijdgenoten melden. Hij placht soms, onder de druk van
de vele opdrachten uit binnen- en buitenland, tot in de nacht
door te gaan. Het woord ,,stress" bestond in die tijd nog
niet, de zaak wel. Oververmoeidheid, te zware inspanning eiste
zijn tol. Een tijdgenoot, een matig dichter, onthult wat
gebeurde in het volgende vers:
,,Snijdenderwijs was hij
ingeslapen,
snijdenderwijs werd hij wakker bij nacht,
snijdenderwijs door de vaak schier verdoofd,
snijdenderwijs van vier vingers beroofd.
Niet zo verbazingwekkend dat
hij ontwaakte, want enkele van de meest nodige vingers bij het
snijden, lagen los op de werktafel. Een onhandig gebaar op de
grens van een half- en heelslaap was de oorzaak. Nogmaals, wat
de kwaliteit van z'n werk betreft geschiedde er een wonder.
Ondanks z'n gemis werkte hij door. Nu (net als de Removos-kunstenaars tegenwoordig) met inschakeling van zijn
voeten en mond. Hij ging zo ver in zijn inventiviteit dat hij
een instrumentje ontwierp dat hij inclusief een mes op zijn
neus monteerde en zo de eerste neussnijder werd.
Zo, dan weet u dus nu iets van de herkomst van de naamgever
van ,,mijn" straat.
Ik hoop op navolging. Wie was eigenlijk Jan van Goerl, waar
Annette van Beuzekom woont? En Tieman van Aartje Boon.
Bijzonder intrigerend is de naam van de straat van Patricia
Codington. En wat houdt ,,Oer de faert" van Japke de
Kraker en ,,De Finne" van Cees Vos in? Was Rijksstraat
ook een filosoof evenals René van Woudenberg? De vragen
vermenigvuldigen zich.
|
|