| WIMS NIEUWE HART
"Druk-druk-druk",
,,haast-haast-haast". Iedereen heeft het druk en is
overbelast.
Is dat zo? Of heeft iemand dat 'n keer gekwaakt en kwaken we
het allemaal na?
Als ik 's avonds door de buurt wandel kijk ik,
geïnteresseerd in menselijk gedrag als ik ben, bij veel
mensen naar binnen.
Druk? Haast? Vrjwel iedereen zit te zitten en te kijken naar
de zelfkwel-en ontluisterbuis. En waar wordt nu zo naar
gekeken? Naar van alles, maar zeker naar medische programma'
s.
Bijna iedereen kijkt, cholesterolverhogende middelen op
tastafstand, op z'n dooie gemak, hoe de medische wetenschap
vooruit raast.
Dat brengt me op een vriend van me, Wim Pork. Beste kerel,
maar jammer…hartproblemen. Teveel gezeten, teveel gegeten,
niet op z'n cholesterol gelet. Hij heeft van alles in het
algemeen, maar een klep die lekt als een gek in het bijzonder.
Met Wim is het niet best. Hij is echt aan een nieuw hart toe.
Maar ja, die liggen niet voor het transporteren. Toch…
Pas was hij weer eens bij de cardioloog. Knappe man, kundig,
gezaghebbend, sympathiek. En niemand heeft het hart hem tegen
te spreken. Behalve z'n vrouw uiteraard. Als die cardioloog
tien man onder zich heeft, bij wijze van spreken, heeft z'n echtgenote er in ieder geval een meer. Wat een die-hard.
,,Wim, loop es mee." Wim loopt mee met dr. Kleplekker
en die voert hem naar een belendende ruimte van het
ziekenhuis, waar zich een aantal welvarend ogende biggen
ophouden.
,,Varkens…", roept Wim verrast uit. ,, Welnee man,
harten, transplantatieharten. We zijn eindelijk zo ver dat we
varkensharten kunnen transplanteren en daar krijg jíj er een
van. Zoek maar een malse big uit, die reserveren we voor jou.
En even een adviesje: bezoek hem voor de operatie af en toe.
Dan krijg je hart voor hem.
De transplantatie lukt. Het
gaat prima met Wim.
Maar ho, eigenlijk lopen we
ineens te hard van stapel. Zo simpel was het nu ook weer niet.
Wim had tevoren dus wat contact
met z'n donorzwijn, Gozewijn. Gozewijn uit Nieuwegein. Dat
contact liep een beetje stroef.
Gozewijn ging moeilijk doen en vragen stellen waarop Wim niet
altijd antwoord kon geven.
Zo van: ,,' t Gebeurt toch allemaal wel onder verdoving,
hè. "Wim mompelde: ,,Ja, natuurlijk, joh, onder
plaatselijke verdoving." ,,In Nieuwegein", voegde
hij er zachtjes aan toe. Maar dat ontging Gozewijn. Die
sputterde: ,,Ik hou m' n hart vast." Waarop Wim weer:
,,Niet doen, Gozewijn, niet doen."
Gozewijn werd toch wat depressief. Maar gelukkig kreeg hij
morele steun van z'n collega' s, verenigd in de BVD (,,Biggen Voor Donorharten") die als devies voert: Wie
geeft wat hij heeft is waard dat hij leeft.
Nou ja, Gozewijn verloor dus toch op een bewaakt ogenblik zijn
hart. En Wim kwam er goed van af. Alleen al die tijd in het
ziekenhuis…
,,Voor je rust hoef je hier niet te zijn", morde Wim,
,,aan een stuk door willen ze bloed zien, stelletje vampiers.
En maar temperatuur opnemen. Je houdt geen temperatuur meer
over. En dan dat enge ,,wij". In het holst van de nacht,
's morgens om een uur of zeven, komt er weer zo' n zuster
Kraakhelder binnenstuiven.
,,En, hoe voelen we ons vanmorgen, meneer Pork?" En elke
keer, als je er even uit was, moest je weer naar bed. ,,Meneer
Pork, we gaan weer ' es naar bed."
Ja zeker, met z'n tweeën in dat smalle
eenpersoonsbedje."
|
|