|
MEER UIT DE BUNDEL ,,NOG
EVEN ZUCHTEN”
MIDDEN IN HET LEVEN
Wachtend op de trein en
heen en weer lopend op het perron,
merk ik plotseling
dat mijn passen
gelijke tred houden
met het gelui van de doodsklok
van de rouwkapel om de hoek.
Op reis, midden in het leven,
zijn wij door de dood omvangen.
Over mijn rug gaat een rilling,
onder mijn pet prikt het.
VERLOREN ZOON
,,Het wordt tijd om naar huis
te gaan”,
zei iemand tegen een verloren zoon.
,,Ik zeker,
ze zullen me zien aankomen…”
Ze zágen hem aankomen,
,,eindelijk” zuchtten ze.
VADER
Dát is een Vader!
Een slang voorhanden –
toch geeft Hij een Vis.
TOCH WEL
Onderweg naar de
operatie-afdeling
hoorde ze een stem:
,,Zie niet angstig rond, Ik ben uw God.”’
Enkele dagen later
gaf een radio-dominee door:
,,Ik sterk u, ook help Ik u”.
’s Middags bracht de post een kaart
,,Ik ondersteun u met mijn heilrijke rechterhand.”
Wie zei dat God niets van zich
laat horen?
HOE LANG NOG
Burger in de hemel
vreemdeling op aarde?
Mag ik U vragen
hoe lang moet dat nog duren?
HONGER
Vader,
we hebben zo’n honger,
naar recht voor verdrukten,
naar vrede, naar liefde,
naar U –
Hoe lang
laat U ons nog roepen?
TOEKOMST
Sinds Golgotha
hoort Hij écht leven,
de grote Verloskundige.
,,Nog even zuchten!”
dringt Hij aan.
Dan opent zich
de schoot van de nieuwe morgen.
“’t Is een mens”,
zegt Hij opgewekt.
|
|